Wet- en regelgeving

Rattenschutters hebben te maken met twee wetten. Dat zijn de Wet Wapens en Munitie (Wwm) en de Omgevingswet.

De branche van de ongediertebestrijders (met pesticiden) lobbyen voor gelijk rechten en plichten. Zij worden beperkt door de landelijke IPM-regels, waardoor knaagdierbestrijding vrijwel onmogelijk is geworden. Zij voelen de concurrentie van rattenschutters, die buiten deze IPM-regels vallen.

Wet wapens en munitie (Wwm)

In de Wet wapens en munitie is bepaald dat een persluchtbuks is ingedeeld in categorie IV. Er zijn twee artikelen in deze wet die iets over luchtdruk-wapens zeggen.

  • Artikel 26 lid 5: “Het is personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt verboden een wapen van categorie IV voorhanden te hebben”.
  • Artikel 27 lid 1 “Het is verboden een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen”.

Het is toegestaan een luchtdrukwapen voorhanden te hebben, als je 18 jaar of ouder bent. Dragen is het voorhanden hebben in de openbare ruimte. Vrij vertaald betekent dit, dat je er niet mee op straat mag lopen. In de openbare ruimte mag je het wapen wel vervoeren, als het deugdelijk en uit zicht is opgeborgen. Dat betekent in een koffer of foedraal. Je mag het wapen niet voor onmiddellijk gebruik voorhanden hebben. Los in een kofferbak van een auto is niet toegestaan. Verder zijn er geen beperkingen in de Wwm voor accessoires als nachtzichtapparatuur, dempers en dergelijke.

Ecologische rattenschutters werken vrijwel altijd in en om gebouwen op particulier terrein. Het komt niet vaak voor dat persluchtbuksen worden ingezet op openbaar (voor publiek toegankelijk) terrein. Het is denkbaar dat een gemeente besluit om een rattenschutter in te zetten in een park. Je bent dan in de openbare ruimte en hebt toestemming van de betreffende gemeente nodig. Je hebt daarvoor ook een draagverlof nodig. Deze kun je aanvragen bij afdeling Korpscheftaken van de politie. Dit wordt in de Wwm geregeld.

  • Artikel 28 lid 1: “Verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie wordt, uitsluitend voor wapens en munitie behorend tot categorie III, verleend door de korpschef”.
  • Artikel 29 lid 3: “Indien een redelijk belang dit vordert, kan de in artikel 28, eerste lid, bedoelde instantie verlof verlenen tot het dragen van een wapen van categorie IV”.

Door artikel 29 is artikel 28 ook geldig voor luchtdrukwapens en kan de korpschef (afdeling Korps Chef Taken) onder de genoemde voorwaarden in artikel 28 een draagverlof afgeven.

Omgevingswet

Provincies willen het afschieten van ratten reguleren, om te voorkomen dat “Jan en alleman” met een luchtbuks ratten gaat afschieten. Er zijn zorgen over de risico’s van luchtbuksen en eventueel het onnodig lijden van ondeskundig aangeschoten dieren. Provincies willen de Omgevingswet gebruiken om het rattenschieten op hun grondgebied te reguleren.

De Omgevingswet en bijbehorende regelingen is het nationale wettelijke kader waarbinnen o.m. de jacht op beschermde dieren wordt geregeld. Aan deze wet worden activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor belangrijke natuurwaarden van de Natura 2000-gebleden en voor de soortenbescherming van in Nederland in het wild levende planten en dieren getoetst. De Omgevingswet kent drie beschermingsregimes:

  • de Vogelrichtlijnsoorten (artikel 11.37-11.40 Bal);
  • de Habitatrichtlijnsoorten (artikel 11.46-11.48 Bal);
  • de Andere soorten (nationaal beschermd) (artikel 11.54 Bal).

In artikel 11.24 van Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) is geregeld dat provincies het bevoegd gezag zijn om maatwerkvoorschriften op te stellen. In artikel 11.31 Bal is geregeld voor welke artikelen (verbodsbepalingen) provincies met een maatwerkvoorschrift kunnen afwijken van deze verbodsbepalingen.

Provincies die de Omgevingswet gebruiken om het rattenschieten te reguleren kijken daarvoor naar de regels voor jagers. Het gaat dan het om afwijken van de bepalingen in de paragrafen:

  • 11.2.6 Bal (o.a. verplichting basis in Faunabeheerplan);
  • 11.2.8 Bal (o.a. gebruik geweer); en
  • 11.2.10 Bal (invasieve exoten).

Voor het afschieten van beschermde dieren (en ratten) zijn de bepalingen in paragraaf 11.2.8 Bal van belang, want dat gaat over het gebruik van het jachtgeweer (vuurwapen).

  • Artikel 11.75, eerste lid Bal regelt dat een jachtgeweer mag worden gebruikt voor het bestrijden van de zwarte rat, de bruine rat of de huismuis.
  • Artikel 11.76, eerste lid Bal regelt de omvang van het jachtveld. Afwijken daarvan kan via een maatwerkvoorschrift.
  • Artikel 11.79. regelt de specificaties voor geweren en munitie en het vijfde lid regelt het verbod op kunstlicht op het jachtgeweer. Afwijken kan via maatwerkvoorschrift.
  • Artikel 11.83, eerste lid Bal regelen het respectievelijk verbod op gebruik van het jachtgeweer na zonsondergang en voor zonsopkomst, alsook het verbod om het jachtgeweer in de bebouwde kom te gebruiken. Afwijken kan via een maatwerkvoorschrift.

Het luchtdrukgeweer wordt in de Omgevingswet met uitzondering van artikel 11.81 (Bal) niet genoemd. Dit artikel gaat over de bestrijding van muskus- en beverratten in opdracht van een waterschap en dat staat los van de jacht.

In de toelichting op artikel 11.80 (Bal) staat:

  • Onder het begrip ‘geweer’, zoals gebruikt in de Omgevingswet en in de regels over geweren in het Bal, moeten ook luchtdrukgeweren worden begrepen. In bepaalde gevallen, zoals het doden van vogels binnen gebouwen, is het luchtdrukgeweer een geschikt middel. In die gevallen is naast omgevingsvergunning voor het doden van vogels – ook een afwijking van het verbod op het gebruik van andere geweren dan hagel- en kogelgeweren en in voorkomend geval van het verbod op het gebruik van het geweer binnen de door de gemeente aangewezen bebouwingscontour jacht nodig.

Gezien de context en de plaats waarbinnen deze tekst in de Toelichting werd geplaatst kan de wetgever niet anders bedoeld hebben dan dat in plaats van het jachtgeweer soms het luchtdrukgeweer een beter alternatief is bij het afschieten van beschermde dieren. De jager doet dat binnen de context van de jacht of schadebeperking en moet dan blijven voldoen aan alle regels voor de jacht en het jachtgeweer zoals bepaald in de Omgevingswet. Buiten die context (voor iedereen die geen jager is) wordt het bezit en gebruik van luchtdrukwapens uitsluitend gereguleerd in de WWM.

Lijst van verboden middelen

De wetgever heeft een aantal middelen voor het doden van ratten verboden. Denk aan lijmplanken, strikken en rodenators

  • Artikel 11.72. regelt welke middelen/locaties voor het vangen of doden van dieren zijn verboden.

De persluchtbuks wordt niet genoemd en is dan ook geen verboden middel voor het doden van ratten.

Als je ratten met stok mag doodslaan dan mag je ze ook doodslaan met de kolf van een persluchtbuks. Ook op deze manier is het gebruik van een luchtbuks niet verboden.

Rattenbestrijding en de Omgevingswet

Bruine en zwarte ratten vormen een bedreiging voor de volksgezondheid en veroorzaken schade. Daarom is de soort niet beschermd en mogen ze met vrijwel alle middelen worden gedood. Klemmen, vergiftigen, vangkooien, doodtrappen, doodslaan met een stok, verdrinken, doodschieten, enz… Er zijn enkele middelen verboden (Zie Artikel 11.72 eerste lid Bal). De wetgever biedt deze vrijheid om bestrijding mogelijk te maken. Als ratten beschermd zouden zijn, zou er voor alle vormen van rattenbeheersing een vergunning moeten worden afgegeven. Dat is onwerkbaar. Provincies kunnen dus vanuit de Omgevingswet geen vergunning afgeven voor het doden van ratten, omdat het niet verboden is.

Om toch te kunnen reguleren maken sommige provincies gebruik van de regels voor de jacht. Zij stellen, dat voor een persluchtbuks alle in de Omgevingswet genoemde regels voor een jachtgeweer gelden en ontkennen dat dit alleen geldt binnen de context van de jacht. Dit is wat ons betreft een onjuiste interpretatie van de wet.

Vergunning en draagverlof

Provincies doen hun best om de rattenschutter te faciliteren, omdat zij ook belang hebben bij de beheersing van ratten. Het legaliseren van het rattenschieten is belangrijk omdat het gebruik van rattengif steeds meer aan banden wordt gelegd en rattenoverlast (met name in de groter steden) lijkt toe te nemen.

Ondanks het ontbreken van de juridische basis proberen provincies toch de regels voor de jacht te gebruiken voor het reguleren van de rattenschutters. Zij doen dat via een listige omweg en die werkt als volgt:

Zij stellen dat de rattenschutter een jager is, waarmee alle rechten en plichten van een jager van toepassing worden. Vervolgens krijgt deze “jager” een ontheffing voor het hebben van een jachtakte.

Deze listige omweg is met de omzetting van de Flora en Fauna Wet naar de Omgevingswet (per ongeluk) onmogelijk geworden. Hierdoor zit de branche van rattenschutters in de problemen. Wij stellen ons op het standpunt dat de wetgever dit moet oplossen.

Deze werkwijze heeft inmiddels geleid tot een bonte deken van rammelende oplossingen. Provincies die dergelijke vergunningen verlenen, zijn dan ook nog bang voor de mogelijke risico’s, die zij proberen te verleggen naar andere instanties.

Risico’s

Sommige provincies proberen de risico’s te verleggen naar de politie. Zij eisen dat de rattenschutter een draagverlof heeft. Zo’n draagverlof is een waarborg, op basis waarvan zo’n provincie een vergunning durft afgeven. Het is begrijpelijk dat provincies voorzichtig zijn. Provincies hebben weinig instrumenten om aanvragen goed te beoordelen. Zij steunen daarom graag op de politie want deze stelt hoge eisen aan de aanvragers van een draagverlof.

Het idee dat ecologische rattenschutters met zware persluchtbuksen rondlopen is onterecht. De meesten gebruiken minder dan 30 joule mondingsenergie. Dat is minder dan 1% van de energie uit een kogelgeweer bedoeld voor de jacht. Een draagverlof is een zwaar instrument voor zo’n beperkt risico en daarmee wordt de al overbelaste politie opgezadeld met extra (onnodig) werk.  

Ongekwalificeerde en ongeoefende “rattenschutters”, die ratten met (te) krachtige persluchtbuksen te lijf gaan vormen wel degelijk een risico. Deze zullen sowieso geen vergunning of draagverlof aanvragen. Daarom is het belangrijk dat er voldoende gekwalificeerde en gelegaliseerde rattenschutters op de markt komen om deze potentiële brokkenmakers de wind uit de zeilen te nemen.

Andere provincies proberen het risico te verleggen naar Rijksinstanties, die het gebruik van pesticiden (o.a. rattengif) reguleren en eisen dat rattenschutters RPMV-gecertificeerd zijn. Denk aan instanties als het “College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden”, “Register Plaagdierbeheersing Milieu en Veiligheid” en de werkwijze voor “Integrated Pest Management”.

Het CTBG bepaalt welke specifieke rodenticiden in Nederland op de markt mogen komen en stelt de strenge wettelijke gebruiksvoorschriften vast. De voorschriften van het Ctgb verplichten het werken volgens de IPM-systematiek.

IPM is de verplichte werkwijze voor knaagdierbeheersing met rodenticiden. De kern is dat chemische bestrijding uitsluitend als uiterste noodgreep wordt ingezet.

Het RPMV is de instantie die de persoonlijke licenties (vakbekwaamheidsbewijzen) beheert en uitgeeft. Zijn doen dit onder de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Ook hier verschuilen provincies zich achter andere instanties en vertrouwen erop dat daarmee eventuele risico’s kunnen worden afgewenteld.

Dat Ecologische rattenschutters helemaal geen pesticiden gebruiken is dan kennelijk geen punt. Deze werkwijze leidt ertoe dat zo’n beleid voor ontheffing helemaal niet kan functioneren.

“Gebied gebonden” versus “Perceel gebonden”

Sommige provincies geven aan rattenschutters een “gebied gebonden” machtiging. Deze is geldig op het grondgebied van de provincie in en om gebouwen en binnen en buiten de bebouwde kom. Rattenschutters hebben dan in principe alleen toestemming (Grondgebruikers-verklaring) van de eigenaar/klant nodig om op hun terrein te mogen werken. Als het om openbaar gebied gaat dient de betreffende gemeente toestemming te geven.

Daar staat tegenover dat er ook provincies zijn die “perceel gebonden” machtigingen afgeven. De rattenschutter dient deze vooraf (samen met de klant) aan te vragen bij de Faunabeheereenheid. In de praktijk werkt dat niet om de volgende redenen:

  • Bedrijven of particulieren met rattenoverlast zijn niet trots op hun rattenprobleem. Zij zijn beducht voor registratie en eisen discretie van de rattenschutter.
  • Registratie (van de klant) in het Fauna registratiesysteem (FRS) is een administratieve procedure. Klanten zien de noodzaak daarvan niet in en willen niet meewerken.

Provincies, die perceel gebonden machtiging afgeven krijgen daarom vrijwel geen aanvragen.

Ecologische rattenschutters zijn gedwongen om de procedure ontwijken en gaan zonder machtiging aan de slag. De meeste rattenschutters vinden dit prima, want dan hoeven ze ook hun resultaten niet te registreren.

De zorgplicht uit de Omgevingswet

De omgevingswet stelt zich op het standpunt dat ratten geen beschermde dieren zijn. De provincie is (juridisch) niet bevoegd om iets te vinden van het doden van ratten, omdat ze niet beschermd zijn. Provincies kunnen daarom vanuit de Omgevingswet geen vergunning afgeven voor het afschieten van ratten.

In de Omgevingswet is echter ook bepaald dat er zorgvuldig met dieren (en ratten) moet worden omgegaan. Provincies hebben een verantwoordelijkheid om dierenmishandeling op hun grondgebied te voorkomen en mogen niet wegkijken als onbekwame schutters op ratten gaan knallen.

  • Artikel 11.28. (Voorkomen onnodig lijden van dieren)
    Eenieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt.

Bovenstaand artikel 11.28. (Specifieke zorgplicht) zou een goede manier zijn om het afschieten van ratten vanuit de Omgevingswet te reguleren. Het is aannemelijk dat het optreden van een onbekwame rattenschutter leidt tot onnodig dierenleed. Dit is een argument om het rattenschieten te verbieden en aan de lijst van verboden middelen (Artikel 11.72.) toe te voegen. Vervolgens kan de provincie een vergunning verlenen op basis van specifieke eisen voor vakbekwaamheid en schietvaardigheid.

Wij vinden op basis van ditzelfde artikel dat het gebruik van rattengif ook verboden zou moeten zijn. Vergiftigen is wat ons betreft de meest uitgesproken manier van dierenmishandeling.

Provincies moeten aan het werk

Bovenstaande illustreert de spagaat waarin ecologische rattenschutters moeten werken.

  1. Sommige provincies geven helemaal geen vergunningen en stellen dat afschieten van ratten met een persluchtbuks verboden is. Zij dreigen met handhaving en in beslagname van het gereedschap van de rattenschutters.
  2. Andere provincies geven alleen vergunningen aan jagers met een jachtdiploma of jachtakte. Zij sluiten ecologische rattenschutters uit en veronderstellen dat jagers (vanuit hun hobby) commercieel aan de slag gaan, om rattenoverlast bij bedrijven en particulieren aan te pakken.
  3. Een aantal provincies werkt met de eerder beschreven “perceel gebonden” machtigingen. Deze provincies hebben op papier een beleid voor rattenschutters, dat in de praktijk niet functioneert.
  4. Verstandige provincies geven “gebied gebonden” machtigingen af en stellen voorwaarden aan de kwalificaties van de uitvoerders, de gebruikte middelen, eisen een draagverlof en een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid.
  5. Wijzelf vinden dat rattenschieten niet verboden is zolang er kan kan worden aangetoond dat de dieren ecologisch verantwoord en “diervriendelijk” worden gedood.

De afgelopen jaren hebben steeds meer provincies werkwijze “4”. geïmplementeerd, waarmee gekwalificeerde rattenschutters prima kunnen werken en ook bereid zijn om hun resultaten te registreren. Sinds 2026 zien we steeds vaker dat provincies een draagverlof en een RPMV-erkende opleiding eisen. Daarmee vallen ecologische rattenschutters buiten de boot en zien af van het aanvragen van een ontheffing. Ook omdat zij deze eigenlijk niet nodig hebben.

Wij (als opleider) zijn er ook niet blij mee dat rattenschieten eigenlijk niet verboden is. Op dit moment is handhaving alleen mogelijk als aannemelijk kan worden gemaakt, dat het optreden van een rattenschutter leidt tot dierenmishandeling. Dat is niet eenvoudig aan te tonen.
We pleiten ervoor om het rattenschieten op dezelfde manier als bijvoorbeeld de lijmplank te verbieden. De provincie kan dan juridisch houdbare vergunningen verlenen aan gekwalificeerde rattenschutters.

Provincies moeten dus aan de slag voor passende regulering van het beroep van de rattenschutters. Wij (de opleiders) werken hard om de markt te voorzien van voldoende ecologische en gekwalificeerde rattenschutters.

Terug naar Cursus