De koers van Rattenschutters.nl en ERaNed loopt al enige tijd niet meer parallel. Er is spanning tussen onze opvattingen en die van het bestuur en de leden van ERaNed over de manier waarop wij met de overheid zouden moeten communiceren. Wij willen allemaal dat de overheid (Ministeries, Provincies, Instanties en Politie) ons als ecologische rattenschutters serieus neemt en zorgt voor werkbare regulering.
Henk en ik hebben bij ERaNed meermaals aangekaart dat wij het niet verstandig vinden om als collectief van rattenschutters te worden gereguleerd vanuit de wereld van de pesticiden. Wij werken liever met vergunningen uit de Omgevingswet (regels voor de jacht) van de provincies. Hieronder leg ik uit waar de verschillen zitten.
De wereld van de pesticiden
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor gewasbescherming en plaagdierbeheer wordt op Europees niveau geregeld. In Brussel worden de “werkzame stoffen” toegelaten tot de Europese markt. De Europese landen hebben eigen instanties, die bepalen welke gifstoffen nationaal worden toegelaten en onder welke voorwaarden.
Het “College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden” (CTGB) bepaalt welke pesticiden in Nederland op de markt komen en stelt wettelijke gebruiksvoorschriften vast. Deze verplichten onder meer tot het werken volgens de systematiek van “Integrated Pest Management” (IPM). IPM legt de nadruk op het voorkomen van plagen om de inzet van pesticiden te beperken.
IPM is ook verplicht bij knaagdierbeheersing met gifstoffen. De stichting “Keurmerk Plaagdier Management Bedrijven” (KPMB) publiceert de CTGB-regels in de vorm van het “Handboek IPM-Knaagdierbeheersing” (HIK). Bestrijders die pesticiden gebruiken moeten volgens dit handboek werken en dienen IPM-opgeleid en IPM-gecertificeerd zijn.
Het “Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid” (RPMV) is de instantie die de persoonlijke IPM-licenties (bewijzen voor vakbekwaamheid voor ongediertebestrijders) beheert en uitgeeft. Zij doen dit onder de “Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en biociden”.
De “Inspectie Leefomgeving en Transport” (ILT) controleert of de RPMV-geregistreerde ongediertebestrijders zich aan de wet houden en of ze de juiste certificaten hebben.
De “Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit” (NVWA) controleert alle schakels in de voedselketen: van boer en fabrikant tot supermarkt en horeca. Zij kijken ook naar ongedierte en de bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de ongediertebestrijding en de toepassing van regels rond pesticiden. Zij kunnen een ongediertebestrijder inhuren, maar blijven verantwoordelijk.
Het CTGB heeft zeggenschap over het gebruik van zogenaamde “werkzame stoffen”, waarvoor in Europees verband afspraken zijn gemaakt. Mechanische bestrijdingsmiddelen als een vliegenmepper of een rattenklem vallen buiten die bevoegdheid.
Bovenstaande bureaucratie heeft dus geen bevoegdheden op het gebied van mechanische bestrijding, dus ook niet voor het afschieten van ratten. Toch zien we dat de gevestigde orde van instanties en grote bedrijven rond de bestrijding met pesticiden bij de ministeries lobbyen voor regulering van de rattenschutters binnen de regelgeving voor pesticiden. Zij dienen daarmee de belangen van de grote bedrijven voor ongediertebestrijding en de producenten van pesticiden. Zij zien ons als concurrentie en willen onze ecologische aanpak het liefst uit de markt drukken. De (al dan niet professionele) rattenschutters die ecologische willen werken en afzien van het gebruik van rattengif zouden dan verstrikt raken in de regelgeving rond pesticiden.
De wereld van de jagers
Provincies willen het afschieten van ratten reguleren, om te voorkomen dat “Jan en alleman” met een luchtbuks ratten gaan afschieten. Er zijn terecht zorgen over de risico’s van luchtbuksen en eventueel het onnodig lijden van ondeskundig aangeschoten dieren.
Provincies gebruiken de Omgevingswet om het rattenschieten te reguleren. De Omgevingswet en bijbehorende regelingen is het nationale wettelijke kader waarbinnen o.m. de jacht op beschermde dieren wordt geregeld. Aan deze wet worden activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor belangrijke natuurwaarden van de Natura 2000-gebleden en voor de soortenbescherming van in Nederland in het wild levende planten en dieren getoetst.
Provincies doen hun best om de rattenschutter te faciliteren, omdat zij ook belang hebben bij de beheersing van ratten. Het introduceren en reguleren van het rattenschieten is belangrijk omdat het gebruik van rattengif aan banden is gelegd en rattenoverlast (met name in de grote steden) lijkt toe te nemen.
Provincies erkennen opleidingen op basis van een curriculum (leerplan), waarin zij kunnen beoordelen of een opleiding past bij hun beleid. Uiteraard spelen “Naam en Faam” ook een rol. Door vergunningen te verlenen aan rattenschutters met een goede opleiding is het risico voor de provincies gering.
Sommige provincies proberen de risico’s van het afgeven van een vergunning te verleggen naar de politie. Zij eisen van de rattenschutter een draagverlof. Zo’n draagverlof is dan extra een waarborg. De meeste rattenschutters werken echter niet in de openbare ruimte en hebben voor hun werk in principe geen draagverlof nodig. Wat ons betreft is een draagverlof geen noodzakelijke voorwaarde voor het verlenen van vergunningen.
Andere provincies proberen het risico te verleggen naar instanties, die het gebruik van pesticiden (o.a. rattengif) reguleren en eisen dat rattenschutters RPMV-gecertificeerd zijn. Denk aan eerder besproken instanties als het CTGB, het ILT en de werkwijze voor IPM. Ook hier verschuilen provincies zich achter andere instanties en vertrouwen erop dat daarmee eventuele risico’s kunnen worden afgewenteld. Ook voor deze voorwaarde worden geen steekhoudende argumenten aangedragen. Ecologische rattenschutters gebruiken immers geen rattengif.
Onze keuze voor de provincies
Wij vinden dat we ver weg moeten blijven van de lobby van de instanties, die het gebruik van pesticiden ondersteunen en reguleren. We zien dat ERaNed zich laat meeslepen door deze machtige lobby en zij zitten met deze instanties aan tafel.
ERaNed heeft medewerking verleend aan regels die eisen dat Ecologische rattenschutterts RPMV-gecertificeerd moeten zijn. Zij hebben zelfs (bij Lestrix) een aanvullende cursus georganiseerd om alsnog RPMV-gecertificeerd te worden. Dit is echt een verkeerd signaal. Wij denken dat dit de eerste stap is om helemaal te worden opgeslokt door de bureaucratie rondom pesticiden.
Wij hebben dit op verschillende niveaus bij ERaNed aangekaart. Ook in de appgroep van ERaNed. De discussie tussen ERaNed en Rattenschutter.nl is ontspoort en dat heeft het bestuur van ERaNed ertoe gebracht om op 17 juli mijn lidmaatschap voor 3 maanden te schorsen. Wat daarbij ook heeft meegespeeld is dat Henk en ik zelfstandig in gesprek zijn gegaan met de verschillende provincies om de eis van RPMV-erkenning van tafel te krijgen. Dit is in Utrecht al gelukt. Het bestuur van ERaNed voelde zich waarschijnlijk gepasseerd.
Wij hebben de overtuiging dat we beter zelf kunnen overleggen met de provincies om de belangen van alle (al dan niet professionele) ecologische rattenschutters te dienen. Juist omdat we de laatste jaren zijn geconfronteerd met ERaNed-deals, die voorbij gaan aan de belangen van onze ecologische rattenschutters. Denk aan het accepteren van regelingen waarbij gewerkt wordt met perceel-gebonden machtigingen, de regeling met Flevoland dat alleen ERaNed-leden een vergunning kunnen krijgen en het eerder genoemde meewerken aan de eisen voor RPMV-certificering.
Wij zijn als collectief van 400 gecertificeerden een serieuze gesprekspartner en we merken dat we gemakkelijk in gesprek komen met de verschillende provincies. Ook kunnen we jullie gemakkelijk betrekken bij deze onderhandelingen via onze WhatsApp groepen. Wij gebruiken dit medium om jullie te informeren over onze vorderingen (en eventueel tegenslagen) in de onderhandelingen met de overheden. Wij gaan binnenkort een enquête houden in de WhatsApp-community. Wij willen weten of Henk en ik van het collectief van rattenschutters het vertrouwen krijgen om namens jullie te onderhandelen.
Wij willen bereiken dat onze opleiding (en het Ratslag-certificaat) door alle provincies wordt erkend. Dat provincies vergunningen verlenen voor het hele grondgebied van de provincie. Buiten en binnen de bebouwde kom. Henk en ik gaan daarvoor het land in en we zullen alles geven om dit voor elkaar te krijgen. Wij zullen absoluut niet akkoord gaan met eisen, die ons in de richting van de regulering voor het gebruik van pesticiden drukken.
Wat moeten we dan met ERaNed?
Wat ons betreft schaadt ERaNed onze belangen zolang zij meelopen in de lobby van de instanties rond het toelaten en gebruiken van pesticiden. Henk en ik hebben besloten om het lidmaatschap bij ERaNed op te zeggen. We laten het aan de deelnemers van ons collectief over om voor zichzelf te bepalen of ze lid van ERaNed willen worden of blijven.
Kraakhelder betoog Jos, waarmee ik het helemaal eens ben
Succes met de ecologische rattenschutters
Dirk
Ik snap helemaal waar jullie mee bezig zijn en sta volledig achter jullie! Ik ben sinds 2025 lid van Era-ned, maar ben er niet echt over te spreken.
Als (oud) natuurbeheerder sta ik sowieso niet achter het gebruik van pesticiden en heb daarom deze cursus gevolgd. Juist om op een veilige, milieuvriendelijke manier ratten te bestrijden. Mijn zegen hebben jullie Jos en Henk!
Groet Marcel
Jullie snappen gewoon echt niet wat er in de wereld van de knaagdieren beheersing speelt. Dit is zo’n foute beslissing die jullie maken. Nu lukt het misschien, maar in de toekomst liggen jullie er dan uit. Beetje dom.
Ik kan mij er goed in vinden dat jullie zonder ERaNed verder willen gaan. Ik ben zelf nog niet zolang lid van ERaNed maar ben er eigenlijk ook wel klaar mee. Die eindeloze discussies via de app.
Ik sta achter jullie beslissing.
PS binnenkort is mijn website ook klaar. Die geef ik ter zijde tijd wel door.
Succes met jullie plannen.