Welke positie heeft de pcp rattenbestrijder binnen het ratten bestrijdingsproces.

Inleiding (door Sjaak Stam)
Als secretaris van de branchevereniging ERaNed heb ik mij de afgelopen periode voornamelijk bezig gehouden met het verdedigen van ons vak bij de diverse provincies. Verdedigen omdat onze opleiding en de wijze van bestrijden met pcp door veel provincies niet serieus wordt genomen.

Veel van onze leden hebben geen jachtopleiding en/of een opleiding als bestrijdingstechnicus. Het gebruik van een pcp voor de knaagdierbestrijding wordt (m.i. volstrekt ten onrechte) gezien als een jachtgeweeractiviteit door de Fauna Beheer Eenheid. Voor de bestrijding met een pcp dien je, zo vinden zij, een vergunning jachtgeweeractiviteit (vroeger heette dat een Jachtakte) op zak te hebben of minstens een jachtopleiding bij een door de minister erkend opleidingsinstituut. De verenigingen van knaagdierbeheersers (vroeger heette dat gewoon nog ongediertebestrijders) vinden dat je voor de bestrijding met pcp een erkenning als knaagdierbeheerser op zak moet hebben en dus gecertificeerd moet zijn. Ik ben van mening dat beide organisaties handelen uit eigenbelang en drogredenen aanvoeren om de rattenbestrijder met pcp zonder een dergelijke opleiding uit te sluiten.

Met dit “gedachtengoed” wil ik aantonen er wel degelijk ruimte is om rattenbestrijders met pcp zonder jachtopleiding en/of een erkenning als bestrijdingstechnicus aan het werk te zetten.

Bestrijding van de bruine en zwarte rat. Ratten staan al eeuwen bekend als dragers en verspreiders van besmettelijke ziekten voor de mens. Zij kunnen de Leptospirose bacterie bij zich dragen die verantwoordelijk is voor de ziekte van Weil en die in ernstige gevallen voor lever- en nierfunctiestoornissen kunnen zorgen. De ziekte kan zelfs dodelijk zijn als zij niet tijdig wordt onderkend. Door het Centrum voor Beroepsziekten is de sterftekans zelfs berekend op 5 tot 10%.

Populatiedraagkracht
De oorzaak van rattenoverlast ligt voornamelijk bij het handelen door de mens. De aanwezigheid van voedsel, water en nestgelegenheid is voornamelijk bepalend voor het leefgebied van de rat. Voedselresten en zwerfafval bevorderen het leefgebied. Het geheel van factoren in de leefomgeving dat ertoe leidt dat ratten gedijen wordt “populatiedraagkracht” genoemd.

Bestrijding vond vroeger voornamelijk plaats met rattengif dat vrij verkrijgbaar was. Sinds 2015 gelden er landelijk strenge voorwaarden voor het gebruik van rattengif in de openbare ruimte. Vanaf 1 januari 2023 is het gebruik door particulieren zelfs helemaal verboden en gelden er strengere voorwaarden voor het gebruik van gif door erkende bestrijdingstechnici. De verwachting is dan ook dat de aantallen ratten landelijk zullen stijgen.

Rattengif is een belasting voor het milieu, omdat de werkzame stoffen niet of nauwelijks afbreken. De overheid heeft als zorg dat het gebruik van gif zoveel mogelijk wordt teruggedrongen. Zij is immers verantwoordelijk voor de leefomgeving. Men heeft een procedure bedacht om het terugdringen van gif te bewerkstelligen. Deze staat bekend als Integrated Pest Management (IPM). Het KAD (Kennis- en Adviescentrum Dierplagen) hanteert daarvoor de volgende definitie.

Definitie IPM

  • De implementatie van de juiste duurzame populatiebeheermaatregelen, gebaseerd op een vooraf bepaalde drempelwaarde en de biologie en leefwijze van het betreffende organismen en hun relatie met de omgeving.

In het geval van de ratten wordt hiermee bedoeld:

  • Het nemen van de juiste, duurzame maatregelen voor de beheersing van de rattenplaag om te voorkomen dat het uitgroeit tot een dusdanige populatie dat zij hinder of overlast veroorzaakt of een risico vormt voor de leefbaarheid, de veiligheid of de (volks) gezondheid van mens en dier. Daarbij geldt als kern: Wat niet geboren is, hoeft ook niet bestreden te worden!

Drempelwaarde
Allereerst moet een drempelwaarde worden vastgesteld. Dit is het zogenaamde “acceptatieniveau”. Het bepalen van de drempelwaarde is afhankelijk van omgevingsfactoren, de aanwezigheid van risicogroepen en het gebruik van de ruimte. Ratten maken deel uit van onze natuurlijke leefomgeving. Een drempelwaarde van 0 is niet realistisch en niet haalbaar. Wij zullen moeten accepteren dat er ratten leven in onze nabijheid. Een acceptatieniveau wordt bepaald door te kijken naar de verschillende factoren die bepalend zijn voor mogelijke gezondheidsrisico’s. Wanneer er sprake is van een gebied met een groter volksgezondheidrisico kan besloten worden eerder in te grijpen en/of op een meer ingrijpende manier. Vaak is het de gemeente of klant die het acceptatieniveau vaststelt.

Habitatmanagement
Bij de bestrijding van een over-populatie is het nodig om de populatiedraagkracht (het geheel van factoren in de ratten leefomgeving) te verminderen. Deze vermindering wordt “habitatmanagement” genoemd en bestaat dus uit het verwijderen en weren van voedsel en schuilmogelijkheden.

Door het verlagen van de populatiedraagkracht komt er van nature een migratieproces op gang d.w.z. dat de ratten op zoek gaan naar nest- en schuilmogelijkheden in de omliggende gebieden. Om dit tegen te gaan is het noodzakelijk om ook mechanische bestrijding toe te passen om de over-populatie snel te verminderen.

Mechanische bestrijding
De inzet van mechanische bestrijding kan nodig zijn om migratie tijdens habitatmanagement te voorkomen of indien het niet mogelijk blijkt om de populatiedraagkracht zodanig te verminderen dat het onder het acceptatieniveau komt. Uitgangspunt is om dierenleed te voorkomen. In het verleden had men hiertoe slechts de beschikking over “diervriendelijke” klemvallen. De laatste ontwikkelingen hierin zijn bestrijding met geavanceerde pcp buksen of kastvallen (verdrinking na bedwelming).

Chemische bestrijding
Wanneer sprake is van een hoog volksgezondheidrisico en de eerder genoemde maatregelen niet hun uitwerking hebben gehad kan men in het uiterste geval overgaan tot kortstondige en tijdelijke chemische bestrijding.

Kern IPM bestrijdingsmethode
Kern van de IPM methode is om met behulp van Habitatmanagement, Mechanische en in uiterste noodzaak Chemische bestrijding de populatiedraagkracht terug te brengen tot onder het acceptatieniveau. Als dit niet lukt zijn er 2 mogelijk heden:

  1. Verhogen acceptatieniveau
  2. Permanente mechanische bestrijding

Wet en Regelgeving

Wet Publieke gezondheid
Deze wet regelt de organisatie van de publieke gezondheidszorg, met name gericht op preventie, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. De preventie en bestrijding van plaagdieren valt onder deze wet.

Waterwet en Waterschapwet
In deze wet is vastgelegd dat de bestrijding van de muskusrat en beverrat de taak is van de waterschappen. Wanneer bruine en zwarte ratten zich in gebieden bevinden die in het beheer zijn van waterschappen behoort ook de bestrijding hiervan tot de taak van waterschappen.

Wet natuurbescherming (sinds 1-1-2024 opgenomen in de Omgevingswet)
Deze wet beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- diersoorten. Vanaf 1-1-2024 bepalen provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor vergunningen en ontheffingen. In deze wet staat ook beschreven welke middelen niet mogen worden gebruikt voor het vangen en doden van dieren. Het gebruik van een pcp is niet onder de verboden middelen genoemd.

Voor de bruine- en zwarte rat en de huismuis geldt dat er voor de bestrijding ervan onder deze wet zo min mogelijk belemmeringen zijn, omdat anders een adequate bestrijding onmogelijk is. Zelfs de voor andere dieren verboden klemmen mogen hier worden toegepast mits er geen gevaar is voor andere soorten dan de bruine- en zwarte rat of huismuis.

Nu de bestrijding van plaagdieren (waaronder de rat en de huismuis) niet onder deze wet valt is het op z’n minst vreemd dat deze wet wel voorwaarden stelt aan het gebruik van een pcp, nu dit niet onder deze wet als een verboden dodingsmiddel is opgenomen.

In de Toelichting op deze wet is opgenomen dat er bij de bestrijding van ratten en huismuizen voorwaarden gelden voor het gebruik van een geweer. M.i. volstrekt ten onrechte wordt in de Toelichting gesteld dat voor de bestrijding van de rat (dat dus niet valt onder deze wet) het gebruik van een pcp ook valt onder de term “geweer” zoals bedoeld onder deze wet. Aanleiding hiervoor is kennelijk de tekst binnen de Toelichting op art 11.80 BAL.

Die tekst is m.i. echter slechts bedoeld voor het gebruik van een pcp in geval van schadebestrijding op de “bejaagbare soorten”. Soorten die dus wel onder de bescherming van deze wet vallen. Schadebestrijding met een geweer valt onder “jachtgeweeractiviteiten” en daarvoor is een vergunning jachtgeweeractiviteit (vroeger noemden wij dat een “Jachtakte”) voorgeschreven onder art. 5.1 van de Omgevingswet. Het bestrijden van ratten echter valt onder “plaagdier bestrijding” binnen de wet Publieke Gezondheid en niet onder een Jachtgeweeractiviteit binnen de Omgevingswet. De regels binnen het Bal (Besluit Algemene Leefomgeving) die betrekking hebben op het gebruik van een “jachtgeweer” worden m.i. ten onrechte toegepast op het gebruik van een pcp voor een mechanische bestrijding van ratten.

Beleid provincies
Het is aan Gedeputeerde Staten van de provincie om een maatwerkvoorschrift (vroeger noemden wij dat een ontheffing) te verlenen voor het toestaan van een afwijking op een voorgeschreven wetsartikel. Zo kan een maatwerkvoorschrift worden gegeven voor het gebruik van een ander wapen (bijv. pcp) dan de onder de wet voorgeschreven ge- en verbodsbepalingen voor wapens. Onder art 5.1 Omgevingswet is het verboden een jachtgeweeractiviteit uit te oefenen zonder vergunning (jachtakte). Deze vergunning wordt alleen verleend als men een door de Minister erkende opleiding heeft gevolgd.

Er zijn gelukkig provincies die de bestrijding van ratten met een pcp niet als een jachtgeweeractiviteit beschouwen. Friesland, Overijssel, Flevoland, Utrecht, Brabant en Limburg. Ook Zeeland zal zich m.i.v. 1-1-2026 hieronder scharen dankzij een door ERaNed gevoerde bezwaarprocedure.

De overige provincies stellen dat het hebben van deze vergunning o.b.v. art 5.1 OW wettelijk is voorgeschreven en voeren dit als argument op om maatwerkvoorschriften voor rattenbestrijders, die niet in het bezit zijn van deze vergunning, bij voorbaat te weigeren. Hierintegen laten zij personen, die de door de minister erkende opleiding wel gevolgd hebben, maar niet de onder art 5.1 OW wettelijk vereiste vergunning jachtgeweeractiviteit (jachtakte) bezitten, wel toe. Feitelijk erkennen zij hiermee dat het bestrijden van ratten geen jachtgeweeractiviteit is zoals bedoeld onder de OW en creëren zij hiermee tevens rechtsongelijkheid jegens personen die geen jachtopleiding hebben genoten. Juridisch kan deze houding m.i. worden aangevochten.

In Noord Holland loopt hierover al een gerechtsprocedure tussen ERaNed en ONH. Als argument wordt door de provincie NH aangevoerd dat rattenbestrijding met pcp een gevaar oplevert voor de openbare veiligheid. Alleen gekwalificeerde schutters mogen hiervoor in aanmerking komen. En gekwalificeerde schutters moeten een door de minister erkende opleiding hebben gevolgd. Een vreemde opvatting nu:- de jachtopleiding geen onderdeel “plaagdier beheersing” kent;- de jachtopleiding niet voorziet in een schietvaardigheidstraining op afstanden tussen 5 en 25 meter;- de jachtopleiding geen specifiek veiligheidsprotocol heeft voor luchtdrukwapens;- de jachtopleiding niet voorziet in training binnen gebouwen en op en rond erven;- de bestrijding van ratten over het algemeen niet plaatsvindt binnen de openbare- maar juist binnen besloten ruimte.

M.a.w. er is geen enkele aspect in de jachtopleiding waarbij een jachtakte/diploma houder zich beter kwalificeert voor dit werk dan een specifiek voor dit doel opgeleide rattenbestrijder.

Waar ligt het bestaansrecht en doel van de ERaNed rattenbestrijder
Noch de plaagdierbeheer branche noch de FBE’s hebben het alleenrecht om te bepalen welke regels van toepassing zijn op de mechanische bestrijding met pcp van ratten. Je hoeft niet een gekwalificeerd plaagdierbestrijder te zijn of een jachtopleiding gevolgd te hebben om je te kwalificeren als professionele rattenbestrijder.

De gedachte dat iedereen op eigen terrein ratten mag doden met een pcp vindt steeds meer grond. Het hebben en gebruiken van een luchtdrukwapen is in Nederland (tot nog toe) immers volstrekt legaal voor mensen 18 jaar en ouder. Dat het gebruik van een pcp voor het doden van ratten zou vallen onder de regels van een geweer binnen het Bal, is louter het gevolg van een ambtelijke opvatting van de wettekst. Nergens in welke wet dan ook staat dat het verboden is om een rat met een pcp te doden. Het enige dat telt is dat bij het doden er geen onnodig leed bij het dier wordt veroorzaakt. Dat vergt schietvaardigheid en naast oog voor veiligheid oog op het voorkomen van onnodig lijden. Schieten of een diervriendelijke klem zijn hiervoor de enige “humane” mogelijkheid. Zelfs een EKO 2000 vangkast voldoet hier niet aan en is wettelijk eigenlijk niet toegestaan (wordt gedoogd).

Wij moeten als professionele rattenbestrijders met pcp worden erkend als schietvaardige personen die bij het doden van ratten in de mechanische fase oog hebben voor veiligheid en het voorkomen van dierenleed. Het moet onnodig zijn om daarvoor een jachtopleiding en/of een IPM gecertificeerde opleiding te volgen. Het zijn de plaagdierbeheersers die IPM gecertificeerd dienen te zijn en de faunabeheerders die een jachtopleiding moeten volgen. Getrainde rattenbestrijders met pcp kunnen of misschien wel moeten worden ingeschakeld om:

  • In de Habitatmanagement fase om migratie te voorkomen,
  • In de mechanische fase om de draagkrachtpopulatie snel naar het acceptatieniveau te brengen of
  • In de fase waar een permanente mechanische bestrijding moet worden toegepast

Dit laatste omdat herhaaldelijke chemische bestrijding uiteindelijk toch faalt en het acceptatieniveau niet verhoogd kan worden (lees Melkveebedrijven)

Het is niet logisch of wenselijk dat deze vorm van mechanische bestrijding (die geen enkele vorm van erkende certificering kent of behoeft) alleen uitgevoerd zou moeten worden door gecertificeerde plaagdierbeheersers en als het aan verschillende provincies ligt ook nog het liefst met een jachtopleiding.

Ieder zijn eigen rol geeft hier het meest optimale resultaat. De getrainde rattenbestrijder met pcp is bereid om ’s avonds en ’s nachts zijn diensten te verlenen op een tijdstip waarop jachtakte/diploma houders en gecertificeerde plaagdierbestrijders op bed liggen. Je zou toch verwachten dat juist in samenwerking met de plaagdierbestrijders een optimaal resultaat kan worden behaald. Ieder zijn eigen rol. Of speelt eigenbelang hier toch ook een rol?!..

Lustrum Ratslagmethode

Met de publicatie van de 4e druk van het “Handboek voor de Rattenschutter” is een mijlpaal bereikt. Het is 5 jaar geleden dat ik mij bewust werd van de mogelijkheden van richtkijkers met een ballistische calculator. Ik had in 2019 (met moeite) mijn nieuwe ATN X-Sight aan de praat gekregen en was overdonderd door het resultaat.

Ik wist toen dat het rattenschieten, zoals ik dat al 10 jaar deed, geen kunst meer was. Het werd een kwestie goed gereedschap en vakmanschap. Ik heb toen besloten om een onderneming te starten en heb eind 2019 de website Ratslag.nl gepubliceerd. Daarop schreef ik over mijn ervaringen als rattenschutter en intussen zijn we 5 jaar en veel publicaties verder.

Hoe nu verder?

De jaren zijn omgevlogen en de ontwikkelingen hebben elkaar in hoog tempo opgevolgd. Ik kon niet voorzien wat er allemaal zou gebeuren. Henk Fennema en ik zijn nog verwonderd over wat ons is overk0men en kijken daar met veel plezier op terug.

We moeten echter ook vooruit kijken. Ik wordt ouder en wil niet in de situatie komen het werk rond de Ratslagmethode en de cursussen voor mij te zwaar wordt. Tijd om nieuwe plannen te maken. Maar eerst kijken we even terug!

Terugblik

Ik heb (samen met Sjaak Stam van ERaNed en Henk Fennema) nagedacht over hoe we de bereikte resultaten van de Ratslagmethode, opleider Rattenschutters en ERaNed kunnen borgen. De EraNed-Leidraad, die recent in de vereniging “ERaNed” is vastgesteld is bedoeld om de werkwijze van de ecologische rattenschutters vast te leggen. ERaNed-leden dienen zich hieraan te houden. We grijpen het jubileum aan om met een gratis digitaal boekje aan het publiek uit te leggen waar we mee bezig zijn.

In het het boekje “Ratslagmethode – Stand van zaken” wordt een beeld geschetst van het ontstaan van de Ratslagmethode en welke organisaties daarbij een rol spelen. Het boekje is gericht op: Overheden, opleiders, vakbroeders en potentiele klanten. Het is gratis en kan in Pdf-formaat worden gedownload. Deel het gerust met mensen waarvan je denkt dat zij geïnteresseerd zijn.

Het boekje is ook in gedrukte vorm voor de kostprijs en verzendkosten beschikbaar. Klik HIER voor het fysieke boekje.

Let op: Het boekje is beschermd onder het auteursrecht en je mag geen teksten hieruit hergebruiken zonder toestemming van de auteur.

In dit boekje kijken we terug en vooruit en het is in samenwerking met Henk Fennema en Sjaak Stam van ERaNed geschreven. Hiermee heeft het boekje ook de “zegen” van het bestuur van ERaNed, die het Voorwoord heeft geschreven.

Handboek (4e druk)

Tegelijk met dit “jubileumboekje” is ook de 4e druk van het “Handboek voor de Rattenschutter” uitgebracht. Het Handboek is flink onderhanden genomen en bij het hoofdstuk over “Wet en Regelgeving” heeft Sjaak Stam geweldig geholpen.

Intussen het is Handboek meer dan een cursusboek. Het is geleidelijk een echt handboek geworden dat als leidraad dient voor alle rattenschutters en hun opleiders. Het ligt dan ook voor de hand om de Ratslagmethode (en uiteindelijk het Handboek) over te dragen aan ERaNed. Hoe we dat gaan doen lees je in het boekje.

Ontheffing van Flevoland

In juni 2024 heeft de provincie Flevoland een maatwerkvoorschrift geformuleerd. Hiermee kunnen professionele rattenbestrijders een ontheffing krijgen voor het afschieten van ratten in en om gebouwen en binnen en buiten de bebouwde kom. Er zijn twee categorieën rattenbestrijders die hiervoor in aanmerking komen:

  1. Professionele plaagdierbestrijders die KPMB-gecertificeerd zijn en die daar bovenop een cursus van KAD in Wageningen of Stichting Lestrix hebben gevolgd.
  2. Ecologische rattenbestrijders die lid zijn van de branchevereniging ERaNed.

Hiermee heeft de ERaNed bereikt dat het lidmaatschap van de vereniging al zoveel zekerheid biedt, dat de provincie Flevoland op basis hiervan ontheffingen wil afgeven. ERaNed heeft daarvoor moeten beloven dat zij ervoor instaan, dat hun leden volgens de regels van ERaNed werken en voldoende gekwalificeerd zijn.

De beleidsmakers van Flevoland hebben goed gekeken naar de Ratslagmethode en de publicaties op RATTENSCHUTTERS.NL. Zij leggen ongeveer dezelfde eisen op aan de te gebruiken persluchtbuks. Kaliber van maximaal 5,5mm en maximale mondingsenergie van 3o joule. In dialoog met de betreffende beleidsmedewerker hebben we dat een beetje kunnen oprekken naar 35 joule. De Secretaris van ERaNed (Sjaak Stam) en ik hebben het niet voor elkaar gekregen om het certificaat van Ratslag geaccepteerd te krijgen. De provincie wil meer garanties dat de gecertificeerde rattenschutters ook volgens de ratslagmethode blijven werken. ERaNed moet daar op gaan toezien.

Jagers

Bijzonder is ook dat jagers (met jachtakte) deze ontheffing niet krijgen. De jagers kunnen een ontheffing krijgen om op jachtgebieden met luchtbuksen en nachtzicht apparatuur te werken. Zij mogen echter niet buiten hun jachtgebied jagen. Dit betekent dat jagers (in Flevoland) niet op een boeren erf en in stallen op ratten mogen jagen. Zij kunnen ook niet werken voor particulieren en bedrijven binnen en buiten de bebouwde kom. Het idee hierachter is dat jagers niet voldoende gekwalificeerd zijn om in kwetsbare omgevingen ratten af te schieten. Het jachtdiploma en de jachtakte zijn geen geschikte kwalificaties voor de professionele rattenschutter. Dat betekent overigens ook dat ERaNed jachtaktehouders en mensen met een jachtdiploma het lidmaatschap pas kunnen geven nadat zij zich hebben gekwalificeerd voor de ratslagmethode.

ERaNed

De vereniging ERaNed moet nu naar haar leden, maar ook naar overheden heel helder maken welke kwalificaties zij eist voor het lidmaatschap. Vervolgens moet zij haar ledenbestand scannen op deze kwalificaties. De provincies willen ook dat ERaNed haar leden periodiek toetst op schietvaardigheid en leden informeert over ontwikkelingen in het vakgebied. Met andere woorden ERaNed moet zich ontwikkelen tot een solide branchevereniging waar overheden op durven te vertrouwen.

En verder…

Wij zijn blij met deze ontwikkeling, maar we zijn nog niet tevreden. We hebben niet kunnen voorkomen dat Flevoland de machtigingen via de FBE wil afgeven en dat het om perceel gebonden machtigingen gaat die voor professionele rattenschutters erg onpraktisch werken. Tenslotte is er de in onze ogen nutteloze registratieplicht in het FRS. Dat willen we graag anders en daarvoor gaan we opnieuw de dialoog aan.

Aanvulling: Na overleg tussen het bestuur van Eraned en de provincie is afgesproken dat Eraned-leden een gebiedsgebonden ontheffing krijgen voor de hele provincie binnen en buiten de bebouwde kom.

Desalniettemin moeten we blij zijn dat ERaNed nu op de koers zit om ook werkelijk de rol van de branchevereniging te gaan waarmaken. Ik raad alle professionals onder ons aan om lid te worden van ERaNed en de vereniging te steunen. Hoe meer leden hoe sterker we kunnen onderhandelen. Voor de rattenschutters onder ons die in Flevoland willen werken is dit natuurlijk vanzelfsprekend.

Provinciale ontheffingen (Vervolg)

Na de publicatie over de provincie Limburg zijn er vragen over de stand van zaken bij andere provincies. Nu ben ik niet dagelijks met alle provincies in gesprek, maar heb zelf in de afgelopen jaren wel een aantal ontheffingen gekregen. Ik heb nu ontheffingen in Utrecht, Friesland en Noord-Brabant. Daar wil ik wel wat over vertellen.

Provincie Utrecht

Provincie Utrecht was de eerste die contact met mij zocht na een Publicatie op 11 maart 2021 in Dagblad Trouw, waarin ik werd geportretteerd als Rattenjager in de omgeving van Houten. Kennelijk is er in de Utrechtse gedeputeerde staten over dit onderwerp vergaderd en besloten om mij een ontheffing te geven. Na wat heen en weer bellen met de beleidsambtenaar is een ontheffing geformuleerd, waarmee ik in Utrecht kon werken. Daarmee was ik op 22 maart 2021 de eerste legale professionele rattenjager in Nederland zonder jachtakte.

Toen wij in mei 2021 starten met onze opleiding “Schietvaardigheid voor Rattenjagers” hebben wij het voor elkaar gekregen dat cursisten, die ons certificaat haalden, ook een ontheffing van de provincie Utrecht konden krijgen. De betreffende beleidsambtenaar is bij ons op de schietbaan in Baarn geweest om te bekijken hoe wij de opleiding hebben vormgegeven. Intussen hebben enkele 10-tallen via deze regeling een ontheffing voor de hele provincie Utrecht.

De eisen die Utrecht stelt aan aanvragers voor een ontheffing zijn in grote lijnen de volgende:

  1. De aanvrager moet een professionele status hebben. Dat wil zeggen in dienst van een bedrijf voor ongediertebestrijding of een eigen bedrijf voor rattenbestrijding (incl. inschrijving KvK).
  2. De aanvrager moet (als hij geen jachtakte heeft) aantoonbaar vakbekwaam zijn m.b.t. het gebruik van een luchtdrukwapen voor bestrijding van ratten. Daarvoor worden de volgende opleidingen geaccepteerd:
    • KAD, “RPB: Rattenpreventie en -bestrijding met warmtebeeldcamera”
    • Ratslag, “SvR: Schietvaardigheid voor Rattenjagers”
    • Of vergelijkbare opleidingen…
  3. De aanvrager moet werken met toestemming van de grondgebruiker en heeft daarvoor een getekende grondgebruikersverklaring bij zich.
  4. De aanvrager moet kunnen aantonen dat hij de Wettelijke aansprakelijkheid m.b.t. het rattenjagen heeft gedekt met een verzekering.

Als hieraan wordt voldaan kun je een ontheffing aanvragen bij de Fauna Beheer Eenheid van Utrecht.

Provincie Friesland

Omdat ik ook in Friesland woon en werk werd ik ook door de provincie Friesland gebeld na een mooie reportage op 2 maart 2021 in het Fries Dagblad. Zij hadden net als Utrecht geen bezwaar tegen mijn manier van werken, maar wilde wel graag dat dit gelegaliseerd zou worden. Zij hebben mij verzocht om een ontheffing aan te vragen en aanwijzingen gegeven over hoe ik dat het beste kon doen. Ik heb op 15 maart 2021 de formele aanvraag ingediend. Daarna hebben ze nog acht maanden nodig gehad om de ontheffing klaar te maken. Toen ik deze las merkte ik dat het bijna een kopie was van de ontheffing van Utrecht. Ik had deze toen ik ‘m van Utrecht kreeg doorgestuurd naar provincie Friesland. Kennelijk was dat een goede zet.

Later begreep ik dat er met mij vijf andere rattenjagers een ontheffing hadden gekregen. Daar zat ook een leerling van ons bij. Vanuit het jagers collectief is er begin 2022 bezwaar aangetekend tegen deze ontheffingen. De bezwaarmaker vond dat alleen jagers met een jachtakte in aanmerking moeten komen voor een ontheffing. Na een periode van corresponderen en uiteindelijk een hoorzitting in het provinciehuis in Leeuwarden werden de bezwaren ongegrond verklaard. Daarmee werd meteen ook geregeld dat ons certificaat voor de Ratslagmethode geaccepteerd wordt voor een ontheffing in Friesland. Intussen hebben de meeste cursisten uit Friesland een ontheffing voor de hele provincie.

De eisen die provincie Friesland stelt komen overeen met de eisen van de provincies Limburg en Utrecht. Als je een ontheffing wilt aanvragen kun je daarvoor terecht bij Provincie Friesland.

Provincie Noord-Brabant

Provincie Noord-Brabant maakte begin 2022 bekend (publicatie) dat zij ontheffingen wilde gaan verlenen voor het gebruik van luchtbuksen bij rattenbestrijding. Ik heb daarover contact gehad met de beleidsambtenaar die hiervoor een besluit moest formuleren. Het uiteindelijke besluit lijkt in grote lijnen op dat van Utrecht. Het gaat om een gebied-gebonden ontheffing voor heel de provincie Noord-Brabant en ook onze opleiding wordt daarin geaccepteerd.

De uitvoering van dat besluit is door de provincie belegd bij de Fauna beheer eenheid (FBE). Deze houdt zich echter niet aan het besluit van de Provincie. De FBE kiest ervoor dat dat er perceel-gebonden machtigingen worden afgegeven, die kunnen worden geregeld via het Fauna Schade systeem. Deze aanpak veronderstelt dat de boer met overlast van ratten en de jager (meestal met jachtakte) beide in dat systeem een account hebben en elkaar daar kunnen opzoeken. Zij kunnen samen een machtiging voor dat specifieke perceel aanvragen. De FBE verleent deze dan.

Deze aanpak werkt voor boeren, die last hebben van ratten of ganzen. Het werkt niet voor professionele rattenjagers en particulieren in de stad die last hebben van ratten in hun kippenschuurtje. Ook bedrijven als restaurants, supermarkten distributiecentra zijn geen grondbezitter, maar meestal huurder van hun bedrijfsruimte. Een bedrijfsleider of facilitaire manager wil een grondgebruikersverklaring nog wel tekenen. Zij hebben meestal niet de bevoegdheid om zich als grondeigenaar te registreren. Ook particulieren in hun huurwoning werken hier absoluut niet aan mee.

Hierdoor werkt de regeling niet en wordt het lastig om legaal voor bedrijven en particulieren te werken. Professionele rattenjagers uit ons collectief hebben in meerderheid dergelijke klanten. De provincie mist hiermee vrijwel de volledige registratie van afgeschoten ratten. Ikzelf schiet in Nood-Brabant (waar ik niet zo vaak kom) jaarlijks honderden ratten af die ik niet kan registreren. Ik ben van mening dat de provincie Noord-Brabant zichzelf diskwalificeert met zo’n slechte uitwerking.

Ik probeer zo legaal mogelijk te werken. Daarom heb ik bij een bevriende boer (die overigens geen rattenoverlast heeft) een perceel-gebonden machtiging geregeld voor het afschieten van ratten. Deze heb ik afgedrukt en tijdens het rattenjagen in Noord-Brabant op zak. Bij een eventuele handhaving kan ik laten zien dat ik in aanmerking kom voor een machtiging en dat mijn klanten (door ambtelijk gedoe) niet in het systeem kunnen. Ik beschouw mijn machtiging als een gebied-gebonden machtiging voor heel Noord-Brabant en werk in de geest van de wet. Ik durf me daarvoor best te verantwoorden voor een rechter.

Als je ook in de geest van de wet wilt werken moet je je aanmelden voor een account in het Fauna Schade Systeem en op zoek naar een boer die je aan een machtiging kan helpen. Je kunt hiervoor terecht bij Faunbeheereenheid Noord-Brabant.

Draagverlof

Een draagverlof is niet nodig zolang je je werk doet op particulier (niet voor publiek toegankelijk) terrein. Ik heb jaren zonder draagverlof gewerkt, maar heb nu sinds twee jaar toch een draagverlof geregeld. Ik heb deze in Utrecht aangevraagd en gekregen. Je moet dan wel al een ontheffing van de provincie hebben. In principe geldt het draagverlof in heel Nederland op locaties waar je een ontheffing van de provincie hebt en toestemming van de grondeigenaar (Grondgebruikersverklaring).

Het draagverlof geeft meer status en je wordt door de klanten, provincies, handhavers meer serieus genomen. Verder voegt het wat mij betreft niets toe omdat ik me beperk tot particulier terrein en vooral werk in gebouwen.

Andere Provincies

Zal binnen ons collectief navraag doen over hoe andere provincies omgaan met het verlenen van ontheffingen. Ik kom daar op terug in volgende berichten.

Provinciale ontheffingen

Onlangs heeft een van onze cursisten uit Nederweert contact gehad met de provincie Limburg over de eisen voor een ontheffing. Hij wilde alvorens onze cursus te doen zeker weten dat hij dit ook legaal kan doen.

Provincie Limburg

Op zijn verzoek om informatie kreeg hij bericht van een projectmedewerker Faunabeheereenheid Limburg waarin de eisen voor een ontheffing worden geformuleerd. Hieronder de tekst van de provincie:

Om in Limburg een ontheffing te kunnen ontvangen om een gas-, lucht- of veerdrukwapen (al dan niet in combinatie met kunstlicht, nachtzicht en/of geluiddemper) te mogen gebruiken voor het doden van Bruine rat en Zwarte rat, dient men aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. Daarmee geeft de provincie een controleerbaar criterium voor het al dan niet toewijzen en is geborgd dat er voldoende deskundigheid is om de zorgplicht (uit de wet Natuurbescherming) te borgen. Kort samengevat:

  1. De ontheffing welke gebruik Gas- Lucht en/of Veerdrukwapen toestaat voor het doden van Bruine Ratten en Zwarte Ratten met nachtzicht e.d. wordt in Limburg door de FBE Limburg verleend aan personen met aantoonbare ervaring hoe dieren gedood dienen te worden met een geweer, te weten:
    • Personen belast met ongediertebestrijding in dienst van een instantie (zoals een gemeente of waterschap);
    • Beroepsmatige Plaagdierbestrijders (in bezit van relevante certificaten of opleidingen zoals jachtexamen of opleiding KAD & een relevant bedrijf ingeschreven bij de KVK);
    • Jachtaktehouders (Jachtopleiding).
  2. Men dient te beschikken over een gas-, lucht- of veerdrukwapen met een minimale trefenergie van 16 Joule (bijvoorbeeld kaliber van 4,5,mm x 0,55gram x 245m/s  of 5,5mm x 1,04gram x 177m/s);
  3. Geweer mag alléén met schriftelijke toestemming grondgebruiker / grondeigenaar worden gebruikt op die kadastrale percelen genoemd in de toestemming grondgebruiker;
  4. Voor gebruik in de openbare ruimte (gronden die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg) dient men over een draagverlof van de politie te beschikken;
  5. Een demper mag alleen worden gebruikt als deze onlosmakelijk met het geweer is verbonden, dan wel niet op andere wapens te gebruiken is.

Daarnaast is er een aanvullend voorschrift. Uitvoerders die gebruik willen maken van een gas-, lucht- en/of veerdrukwapen dienen schriftelijk inzichtelijk te maken op welke wijze de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is geregeld voor het gebruik hiervan (bijvoorbeeld een bedrijfsverzekering voor wettelijke aansprakelijkheid). Wanneer u een jachtakte heeft, dan is dit enkel gedekt wanneer u NIET bedrijfsmatig gebruik maakt van uw luchtdrukgeweer.

Samenvattend: om in aanmerking te komen voor een ontheffing om met een luchtdrukgeweer op ratten te kunnen schieten ontvangen wij graag van u:

  • 1) een certificaat waaruit blijkt dat u voldoende schietvaardig bent (jachtakte of certificaat-KAD) en
  • 2) een kopie van uw verzekering waaruit blijkt dat u WA-verzekerd bent voor het bedrijfsmatig gebruiken van een gas-, lucht- of veerdrukwapen en indien van toepassing
  • 3) een kopie van uw KVK-certificaat waaruit wij kunnen opmaken dat uw bedrijf (mede) gericht is op plaagdierbestrijding.

De cursist was blij, maar had nog geen antwoord op de vraag of de cursus SvR: “Schietvaardigheid voor Rattenjagers” ook wordt geaccepteerd. Hij kreeg daarop opnieuw keurig antwoord. Dat luidt als volgt:

Bedankt voor uw e-mail. Onze voorkeur gaat uit naar een opleiding waarbij men in ieder geval voldoende schietvaardig dient te zijn om een certificaat te ontvangen. Van het KAD accepteren wij mensen die de opleiding RPB (Rattenpreventie en -bestrijding met warmtebeeldcamera en persdrukgeweer op basis van Integrated Pest Management) gevolgd hebben. Maar er zijn ook een aantal andere opleidingsinstituten die geschikte opleidingen aanbieden, te weten:

  • De opleiding “Schietvaardigheid voor Rattenjagers” van Ratslag;
  • Of vergelijkbare opleiding…

Wij zijn verheugd dat (na Utrecht, Friesland, Overijssel en Noord-Brabant) provincie Limburg de opleiding van Rattenjagers.nl accepteert bij een aanvraag voor een ontheffing. Uiteraard ga ik nu zelf ook een ontheffing voor Limburg aanvragen.

Bezwaren in Friesland niet ontvankelijk

Eind 2021 en begin 2022 zijn door een rattenjager (met een jachtakte) en een aspirant rattenjager (in opleiding voor een jachtakte) bezwaren ingediend tegen ontheffingen van de provincie Friesland. Het gaat om zeven ontheffingen die zijn verleend aan professionele rattenjagers. Twee daarvan zijn afgegeven aan leden van ons collectief.

De bezwaarmakers vinden dat de provincie in de ontheffing te weinig eisen stelt aan de vakbekwaamheid en dat er verkeerde eisen gesteld worden aan de luchtbuks. In de kern komt het erop neer dat zij vinden dat alleen mensen met een jachtakte dergelijke ontheffingen moeten kunnen krijgen.

De bezwaren zijn besproken in een hoorzitting op 28 april 2022 met een onafhankelijke commissie in het provinciehuis van Friesland. Daarvoor zijn de bezwaarmakers en ook de belanghebbenden (wiens ontheffingen worden aangevochten) uitgenodigd.

Hoorzitting

Op de hoorzitting waren naast de commissie voor bezwaar- en beroepschriften (4 personen), de provincie Friesland (2 personen), belanghebbenden (4 personen), de bezwaarmakers (2 personen en 1 toehoorder) en een journalist van de Leeuwarder courant aanwezig. Hieronder het verslag van deze journalist in de Leeuwarder Courant.

Artikel in Leeuwarder courant

Advies

Intussen heeft de commissie een advies uitgebracht aan de provincie. Kort samengevat komt het erop neer dat de bezwaarmakers juridisch niet ontvankelijk zijn, omdat zij geen belanghebbende zijn. Zij worden persoonlijk niet geraakt door het feit dat ontheffingen zijn verleend aan andere rattenjagers. Ook is er geen sprake van een concurrentiebelang, omdat er meer dan genoeg werk is voor alle partijen.

Het idee dat de bezwaarmakers zich willen inzetten voor goede ontheffingen waarin de juiste eisen worden gesteld aan de vakbekwaamheid van de uitvoerders en aan de middelen die daarvoor worden ingezet vindt de commissie lovenswaardig. Overigens zijn alle betrokkenen het daarover eens.

De provincie verklaart dat er wel degelijk wordt gekeken naar de kwalificaties van de aanvragers. De provincie wil ontheffingen niet beperken tot alleen jachtaktehouders, omdat er andere en wellicht betere manieren zijn om je te kwalificeren. Zij verwijzen naar de opleidingen van KAD (Kennis en Advies-centrum Dierplagen) in Wageningen en RATTENJAGERS.NL. De provincie beoordeelt iedere aanvraag in zijn geheel en kijkt naar professionaliteit, schietvaardigheid en veiligheid.

Conclusie

Alle partijen zijn het erover eens dat het goed is dat ontheffingen worden verleend aan gekwalificeerde rattenjagers. De commissie adviseert de provincie om samen met de branche van rattenjagers te werken aan nog betere ontheffingen. Daarmee wordt het onderscheid tussen zogenaamde “Cowboys” en professionals veel duidelijker. Rattenjagers met een ontheffing kunnen zich (ook op deze website) naar klanten toe presenteren als professional en daarmee neem je de cowboys de wind uit de zeilen.

De uitspraak van de commissie is een advies aan de provincie. Dit advies wordt nog behandeld in een vergadering van de Gedeputeerde Staten. Uiteindelijk wordt daar besloten of er iets moet veranderen aan de verstrekte ontheffingen aan rattenjagers in Friesland. Tot die tijd kunnen rattenjagers met hun ontheffingen hun goede werk in Friesland voortzetten.

.

Bezwaar tegen ontheffingen Friesland

Friese vlag

De ontheffingen van de provincie Friesland die zijn verleend aan enkele van onze leden worden nu aangevochten door twee jagers (met een jachtakte) die zich ook bezighouden met rattenjagen. Het zijn dezelfde jagers die eerder de oprichting van Rattenjagers.nl hebben gefrustreerd door onze leden te gaan bellen en intimideren. Zij hebben bezwaar tegen het introduceren van de ratslagmethode onder professionele bedrijven voor ongediertebestrijding.

De pijn zit ‘m in het idee dat hun hobby “Het rattenjagen om het jagen” in de knel komt. Dat is terecht, want de afschot van ratten is iets wat je moet voorkomen. Professionele rattenjagers beginnen met het voorkomen van rattenoverlast volgens de methode van “Integral Pest Management” (IPM). De keuze voor afschot zit dan (samen het het gebruik van rattengif) aan het einde van het traject. Iedereen kan begrijpen dat alleen het afschieten van ratten geen oplossing is. Dit besef is intussen ook bij de provincies doorgedrongen en deze verlenen in toenemende mate ontheffingen aan professionele rattenbestrijders.

De jagers geven zich echter nog niet gewonnen en hebben nu ook formeel bezwaar aangetekend tegen de door de provincie Friesland verleende ontheffingen aan professionele rattenjagers. Het gaat daarbij om een algemeen bezwaar gericht tegen alle verleende ontheffingen aan ongediertebestrijders die geen jachtakte hebben. Eind april 2022 is er bij de provincie Friesland een hoorzitting waarvoor alle betrokkenen zijn uitgenodigd.

Uiteraard zullen wij ons als collectief verweren tegen de bezwaren die onze leden treffen. Er zijn echter ook een paar bezwaren gericht tegen rattenjagers die bij ons niet bekend zijn. Natuurlijk willen wij ook deze collega’s bijstaan en wij vragen hen om zich te melden bij Jos Kruis info@ratslag.nl.

Opleiding en Ontheffingen

Op 4 en 5 maart starten twee cursusgroepen met hun opleiding “Schietvaardigheid voor Rattenjagers”. Beide groepen van 10 cursisten zitten vol en daarmee groeit het collectief van gekwalificeerde rattenjagers tot zo’n 45 professionals.

De Rattenjagers die de opleiding hebben afgerond gaan of zijn aan de slag met het inrichten van hun bedrijf (aanvraag KvK-nummer en BTW-nummer, het bouwen van hun website en het aanvragen ontheffingen). In de cursus wordt hier aandacht aan besteed. Rattenjagers in loondienst bij bedrijven voor ongediertebestrijding hebben ook een (op naam gestelde) ontheffing nodig om ratten te kunnen gaan afschieten voor hun werkgever.

De procedure voor ontheffingsaanvragen bij de provincies is voor veel professionele rattenjagers een lastig te nemen hobbel. Provincies voeren ieder voor zich een eigen beleid t.a.v. de Wet Natuurbescherming (Wnb) en zij hebben het professioneel rattenjagen tot voorkort afgehouden.

Door nieuwe regels voor het gebruik van rattengif (het verbod op Rodenticiden) en door de toenemende rattenoverlast zoeken bedrijven voor ongediertebestrijding naar effectieve alternatieven. Recente ontwikkelingen op het gebied van luchtbuksen en elektronische nachtkijkers openen nieuwe mogelijkheden en vormen zo een alternatief voor het gebruik van rattengif. Naast de ZZP-rattenjagers kloppen nu ook de grotere bedrijven voor ongediertebestrijding aan bij de provincies voor ontheffingen.

Provincies zoeken naar mogelijkheden om dergelijke ontheffingen verantwoord te kunnen afgeven. Dat begint met het stellen van eisen aan de vakbekwaamheid van rattenjagers. Schietvaardigheid is dan een belangrijk onderdeel. Provincies komen tot de ontdekking dat de professionele bestrijding van ratten geen taak kan zijn voor jagers. Een jager is een (weliswaar goed opgeleide) hobbyist, die niet geïnteresseerd is in een integrale aanpak van rattenoverlast. Hij schiet ze af, maar zal geen maatregelen nemen om rattenoverlast te voorkomen. Dit terwijl het uitgangspunt moet zijn dat het doden van dieren moet worden voorkomen. Het doden van dieren is geen sport of hobby.

Opleidingsbedrijven voor ongediertebestrijders als Killgerm in Gilze en Kennis en Adviescentrum Dierplagen (KAD) in Wageningen zijn intussen ook geïnteresseerd in gebruik van luchtbuksen bij de bestrijding van ratten. KAD was de eerste opleider met een cursus gericht op de al gediplomeerde bestrijdingstechnicus. Deze cursus behandelt rattengedrag, wet en regelgeving rondom ratten afschieten en legt nadruk op Integraal pestmanagement, waarbij afschot een onderdeel wordt van de praktijk van ongedierteberstrijding. De opleiding van KAD is niet bedoeld voor het aanleren van schietvaardigheid. Het bedrijf Killgerm wacht nog even af hoe het rattenjagen zich in Nederland gaat ontwikkelen maar is zich wel aan het oriënteren. Zij kijken met belangstelling naar onze aanpak en hebben met een afvaardiging deelgenomen aan onze cursus.

De cursus “Schietvaardigheid voor Rattenjagers” is ontwikkeld, omdat in de opleiding van KAD schietvaardigheid niet wordt aangeleerd. In aanvang hebben wij onze diensten aan KAD aangeboden. Met name Henk Fennema, die de cursus van KAD heeft gevolgd heeft bij hen gepleit voor beter schietonderricht. Hij heeft recht van spreken, want hij is een KNSA-gecertificeerde schietinstructeur voor vuurwapens en kan als secretaris van de schietvereniging Baarn beschikken over alle faciliteiten voor een goede schietopleiding. Toen KAD geen gehoor gaf hebben we de cursus zelf ontwikkeld en hebben al doende het collectief van professionele rattenjagers opgericht. Intussen is onze cursus uitgegroeid tot een volwaardige opleiding voor rattenjagers die concurreert met die van KAD.

Rattenjagers M/V of Rattenjaagsters?

Provincies hebben onze opleiding nu ook ontdekt en de provincies Friesland, Noord Brabant, Overijssel en Utrecht erkennen onze opleiding en verlenen daarop ontheffingen. Wij zijn op dit moment met vrijwel alle andere provincies in gesprek. Wij doen ons best om rekening te houden met de wensen van de verschillende provincies, zodat onze opleiding uiteindelijk de norm gaat worden voor de schietvaardigheid van rattenjagers. Met name het verplicht afleggen van een schiettoets op de schietbanen in Baarn is voor provincies een belangrijk aspect waarop de ontheffing kan worden verleend.

Kandidaten doen de schiettoets onder toezicht van instructeurs

Waarnemers van provincies zijn welkom om te kijken hoe onze opleiding in elkaar zit. Natuurlijk mogen provincies ook contact opnemen voor advies en ondersteuning bij beleidvorming en het formuleren van normen rondom rattenjagen.

Opmerking: Veel provincies hebben aangegeven dat zij het woord “Rattenjager” niet mooi vinden en zoeken naar andere bewoordingen. Wij zijn het met hen eens, omdat het beroep nu erg in verband gebracht wordt met “Jagers”. Een rattenjager is een professionele ongediertebestrijder en geen jager. Wij vinden echter dat het woord de lading dekt en in commercieel opzicht goed functioneert.