Berichten

Persbericht van de Provincie Utrecht

13 oktober 2026, Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026 13:16 in Faunabeleid

Oplossing voor rattenbestrijders zonder jachtakte

Rattenbestrijders zonder jachtakte kunnen naar verwachting vanaf maart 2027 weer bestrijdingswerk doen met een luchtdrukgeweer. De provincie Utrecht werkt aan een vrijstelling die na de volgende wijzigingsronde van de Omgevingsverordening in kan gaan. Naar verwachting is dat per 1 januari 2028. In afwachting daarvan gaan de provincie Utrecht en de Omgevingsdienst Utrecht met vertegenwoordigers van de sector in gesprek om te bespreken onder welke voorwaarden de rattenbestrijding met het luchtdrukgeweer in de tussentijd plaats kan vinden. 

Landelijk gebied, in de verte een agrarisch gebouw
Beeld: Jeroen Bosch Fotografie en Landschap.

Voor het bestrijden van ratten wordt vaak het luchtdrukgeweer gebruikt. Dit is op het gebied van milieu en dierenwelzijn de best beschikbare methode. In de wet valt het luchtdrukgeweer onder de definitie ‘geweer’. Voor het gebruik daarvan is een jachtakte verplicht. Onder de vorige wet ‘Wet natuurbescherming’ mocht de provincie met een ontheffing van deze regel afwijken. Hierdoor kon Gedeputeerde Staten toestemming verlenen voor het gebruik van een luchtdrukgeweer zonder dat daar een jachtakte voor nodig was.

Wisseling van wetten

Sinds 1 januari 2024 is de ‘Wet natuurbescherming’ opgenomen in de ‘Omgevingswet’ en de bijbehorende Omgevingsverordening. Bij de wisseling van de wetten is de mogelijkheid voor een vrijstelling van de jachtakteplicht onbedoeld niet opgenomen. De provincie Utrecht is hier ten tijde van de wetswijziging niet over geïnformeerd door de Rijksoverheid. Sinds het verlopen van die ontheffing is daarom een jachtakte verplicht voor het bestrijden van ratten met een luchtdrukgeweer. Veel rattenbestrijders hebben geen jachtakte omdat jacht en bestrijding niet gelijk aan elkaar zijn. Het behalen van een jachtakte duurt bovendien gemiddeld een jaar en brengt kosten met zich mee. Rattenbestrijders hebben hun zorgen hierover kenbaar gemaakt. De provincie Utrecht begrijpt hun standpunt.

Aanpassing in de Omgevingsverordening

Het ontbreken van de mogelijkheid voor een vrijstelling is helaas pas opgemerkt bij het aflopen van de ontheffing waar rattenbestrijders tot voor kort mee werkten en na afloop van de termijn waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend. Gedeputeerde Staten zal de vrijstelling voor het bestrijden van ratten met een luchtdrukwapen daarom indienen in de volgende ontwerp-wijziging die volgens de huidige planning in maart 2027 in procedure gaat en op 1 januari 2028 van kracht wordt.

In gesprek met de vertegenwoordigers van de sector

Gezien het belang van de bestrijding en zicht op legalisatie, gaan Gedeputeerde Staten en de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) in overleg met vertegenwoordiger van de sector om te bespreken onder welke voorwaarden de rattenbestrijding met het luchtdrukgeweer in de tussentijd kan worden voortgezet. 

Voor persinformatie:
jiri.glaap@provincie-utrecht.nl
06 39 63 21 97

Reactie van RATTENSCHUTTERS.NL

Henk Fennema en ik zijn de laatste maanden flink in de slag geweest met vertegenwoordigers van de provincie. Wij zijn blij met de toezegging van de provincie voor een tussentijdse oplossing op korte termijn.

We gaan met plezier in op de uitnodiging van de provincie Utrecht.

RattenMonitorNederland: van idee naar gezamenlijk platform

Sinds 1 oktober is RattenMonitorNederland officieel live.

Op deze website is inmiddels te lezen wat de Rattenmonitor doet en welke mogelijkheden het platform biedt. Maar achter zo’n monitor zit ook een verhaal. Want het idee ontstond niet aan een vergadertafel of vanuit een organisatie. De eerste aanleiding lag veel dichterbij: binnen onze eigen community van rattenschutters.

Klik op afbeelding om naar actuele cijfers te gaan


Het begon eigenlijk in onze WhatsApp-groep

Wie de WhatsApp-groepen van onze rattenschutters volgt, ziet regelmatig berichten voorbijkomen over de resultaten van een avond ratten schieten. Soms een paar ratten, soms aantallen waarvan je denkt: daar is behoorlijk werk verricht.

Ik vond die berichten interessant. Niet zozeer vanwege het individuele aantal, maar vanwege wat er achter al die berichten bij elkaar zat. Verspreid over Nederland zijn honderden opgeleide rattenschutters actief en gezamenlijk bestrijden we veel meer ratten dan iemand afzonderlijk kan overzien.

Maar die informatie verdwijnt ook weer. Een bericht zakt weg in een WhatsApp-groep en iedere schutter houdt daarnaast zijn eigen administratie bij. Ook de registraties en eisen vanuit provincies zijn niet overal hetzelfde.

Dat bracht mij op een vrij eenvoudige vraag: “Wat zou er gebeuren als we die resultaten eens bij elkaar zouden brengen?“

Niet om er een wedstrijd van te maken wie de meeste ratten schiet, maar om zichtbaar te maken wat we als ecologische rattenschutters gezamenlijk doen.

Hoeveel ratten bestrijden we? Waar gebeurt dat? Welke verschillen zien we gedurende het jaar? En welke ontwikkelingen worden zichtbaar als we langere tijd gegevens verzamelen?

Vanuit mijn achtergrond in de ICT ben ik met die gedachte aan de slag gegaan. Zo ontstond de eerste versie van wat uiteindelijk RattenMonitorNederland zou worden.

Een technisch idee is nog geen Rattenmonitor

Een website bouwen en een database maken is één ding. Een systeem ontwikkelen dat in de praktijk door rattenschutters wordt gebruikt, is iets heel anders. Daar hebben Jos Kruis en Henk Fennema vanaf het begin een belangrijke rol in gespeeld.

Zij hebben door de jaren heen een community opgebouwd die inmiddels uit honderden opgeleide rattenschutters bestaat en die zij nog altijd actief dragen. Juist binnen die community kon ook RattenMonitorNederland verder groeien.

Ik liet Jos en Henk een eerste versie zien en zij zagen direct de mogelijkheden. Ze ondersteunden het idee vanaf het begin, introduceerden de monitor binnen de community en betrokken andere rattenschutters bij de pilot. Vanaf dat moment zijn we samen gaan kijken naar wat er nodig was om van een technisch idee een bruikbaar platform voor rattenschutters te maken.

Daarbij ging het niet alleen over techniek. Veel belangrijker waren de vragen uit de praktijk. Is registreren eenvoudig genoeg? Welke informatie is werkelijk nodig? Welke gegevens willen we juist níet opslaan? Hoe beschermen we de privacy van rattenschutters en hun opdrachtgevers? En hoe zorgen we ervoor dat mensen ook daadwerkelijk bereid zijn om te registreren?

Vervolgens hebben rattenschutters uit de community meegedaan aan de pilot. Zij zijn gaan registreren, testen en feedback geven. Hun opmerkingen en ervaringen hebben weer geleid tot aanpassingen.

Hun betrokkenheid stopt bovendien niet bij de ontwikkeling en introductie. Jos en Henk beheren binnen RattenMonitorNederland de accounts van de deelnemende rattenschutters. Daarmee ligt een belangrijk deel van het dagelijkse beheer bewust bij mensen die de community en haar deelnemers kennen.

Daarmee veranderde ook het karakter van het project. Het was niet langer alleen een idee en een stuk software. Het begon iets van de community zelf te worden.

Van losse aantallen naar een gezamenlijk beeld

Klik op afbeelding

Dat is uiteindelijk waar RattenMonitorNederland voor mij om draait.

Eén bericht in een WhatsApp-groep over tien geschoten ratten zegt iets over één avond. Honderden van zulke resultaten, op een gestructureerde manier en over een langere periode verzameld, kunnen iets heel anders gaan vertellen.

Dan kunnen we zichtbaar maken wat ecologische rattenschutters gezamenlijk doen. Niet wie welke rat heeft geschoten of bij welke opdrachtgever dat was. Juist niet. De monitor is zo opgezet dat de openbare statistieken niet zijn terug te leiden naar individuele rattenschutters of hun klanten. Het gaat om het gezamenlijke beeld.

Klik op afbeelding

Naarmate meer rattenschutters deelnemen en we langer registreren, wordt dat beeld steeds waardevoller. Niet alleen voor onszelf, maar uiteindelijk mogelijk ook voor onderzoek en voor gesprekken over beleid en de positie van ecologische rattenbestrijding.

Meer dan alleen een monitor

Tijdens de ontwikkeling gebeurde er nog iets interessants. Als je eenmaal een beveiligde omgeving hebt waarin rattenschutters een eigen account hebben, ontstaat vanzelf de vraag: kunnen we daar meer mee? Een eerste voorbeeld daarvan is inmiddels beschikbaar: de digitale grondgebruikersverklaring (GGV).

En binnen de community leven alweer andere ideeën voor hulpmiddelen die in de toekomst misschien een plaats op het platform kunnen krijgen. Daarmee groeit RattenMonitorNederland mogelijk uit tot meer dan alleen een plek waar we ratten registreren. Maar de basis blijft hetzelfde: praktische hulpmiddelen ontwikkelen die aansluiten bij wat rattenschutters in hun dagelijkse werk nodig hebben.

Samen gebouwd

Als ik terugkijk op de afgelopen periode, vind ik vooral de manier waarop het project is ontstaan bijzonder.

  • De aanleiding kwam uit de community zelf: rattenschutters die hun resultaten met elkaar deelden.
  • Ik kon vanuit mijn achtergrond in de ICT het idee vertalen naar software.
  • Jos en Henk zagen de mogelijkheden, brachten hun kennis van de praktijk en de community in en hielpen het initiatief verder te brengen.
  • En andere rattenschutters waren bereid een nog jonge monitor te gebruiken, fouten tegen te komen, vragen te stellen en verbeteringen voor te stellen.

Iedereen heeft daarmee vanuit zijn eigen rol iets toegevoegd.

En nu begint het eigenlijk pas

Sinds 1 oktober is RattenMonitorNederland officieel live. Het jaar 2026 gebruiken we om verder ervaring op te doen en het systeem waar nodig te verbeteren. Vanaf 2027 willen we met de verzamelde registraties een steeds betrouwbaarder beeld kunnen geven van de resultaten van ecologische rattenschutters in Nederland.

Daarvoor is uiteindelijk één ding het belangrijkst: dat we blijven registreren. En daarmee zijn we eigenlijk weer terug bij waar het begon. Een bericht in onze WhatsApp-groep met het resultaat van een avond ratten schieten was ooit één van de aanleidingen voor het idee. Nu kunnen we al die afzonderlijke resultaten bij elkaar brengen en er samen iets van maken.

RattenMonitorNederland is live. Nu is het aan ons om hem samen te vullen.

Rattenmonitor

De Rattenmonitor van het RIVM is per 1 oktober 2025 gestopt. Het RIVM en de betrokken ministeries (Infrastructuur en Waterstaat, en Volksgezondheid, Welzijn en Sport) hebben weinig ruchtbaarheid gegeven aan het stopzetten. Wel gaven eerdere evaluaties en onderzoeken al aan dat de monitor niet goed functionerende. Vooral omdat niet alle rattenbestrijders consequent mee deden. Omdat de registratie niet volledig dekkend en sluitend was, vonden experts het lastig om op basis hiervan betrouwbare uitspraken te doen over de daadwerkelijke omvang van rattenpopulaties of landelijke trends in overlast.

Onder onze ecologische rattenschutters was er ook niet veel animo om te registreren. Dat zat ‘m in de manier waarop er geregistreerd moest worden. Het paste niet bij onze werkwijze. Jammer, want wij wilden de resultaten van onze aanpak graag laten zien. Natuurlijk registreren we onze vangsten bij provincies, die ons vergunningen verlenen. Echter niet alle provincies doen dat en voor zover zij dat wel doen zijn de registratie verplichtingen verschillend en niet op elkaar afgestemd.

Het collectief van ecologische rattenschutters is een grote community, waar veel kennis beschikbaar is en niet alleen van rattenschieten. Wij hebben ook IT-specialisten in ons midden. Vanuit die hoek is het idee ontstaan om een eigen Rattenmonitor te ontwikkelen. De initiatiefnemer (een bevlogen programmeur) liet aan Henk en mij een “proof of concept” zien. Wij waren onmiddellijk overtuigd. We zijn het systeem gaan testen en hebben al oefenend verbeteringen voorgesteld die steeds snel werden gerealiseerd.

Na een aantal test ronden ligt er nu een versie die we aan de community willen voorleggen. Het is nog steeds een proefversie en om te onderzoeken of het systeem voldoet gaan we het openstellen voor een pilotgroep van 25 leden. We gaan tegelijk in de WhatsApp-community een discussiegroep “Rattenmonitor” aanmaken, zodat we een terugkoppeling van de testresultaten kunnen organiseren.

Rattenschutters die willen meedoen kunnen zich via mail (info@ratslag.nl) aanmelden. Zij krijgen een account op https://rattenmonitornederland.nl/ en meteen ook toegang tot de WhatApp-groep “Rattenmonitor”.

We streven ernaar om deze pilotversie na de test te laten overgaan in de definitieve “RattenMonitor Nederland”. Het is daarom belangrijk dat je test met werkelijke registratiegegevens vanaf 1 januari 2026 tot heden. Als dit goed gaat kunnen na twee weken alle ecologische rattenschutters uit ons collectief zich aanmelden.

Tenslotte: Zoals in iedere community zijn er natuurlijk altijd verschillende meningen. Er zullen ongetwijfeld collega’s opstaan, die vinden dat er niet geregistreerd zou moeten worden. Henk en ik respecteren andere meningen en wij benadrukken dat deelname vrijwillig is. Om de statistieken compleet te houden zullen we daarom bijhouden hoeveel deelnemers van onze community Wel/Niet meedoen.

Henk zegt: “Het zou mooi zijn als wij als ecologische rattenschutters kunnen laten zien dat wij wel degelijk het verschil maken”. Ik ben het met ‘m eens.

Rattenschutters en ERaNed

De koers van Rattenschutters.nl en ERaNed loopt al enige tijd niet meer parallel. Er is spanning tussen onze opvattingen en die van het bestuur en de leden van ERaNed over de manier waarop wij met de overheid zouden moeten communiceren. Wij willen allemaal dat de overheid (Ministeries, Provincies, Instanties en Politie) ons als ecologische rattenschutters serieus neemt en zorgt voor werkbare regulering.

Henk en ik hebben bij ERaNed meermaals aangekaart dat wij het niet verstandig vinden om als collectief van rattenschutters te worden gereguleerd vanuit de wereld van de pesticiden. Wij werken liever met vergunningen uit de Omgevingswet (regels voor de jacht) van de provincies. Hieronder leg ik uit waar de verschillen zitten.

De wereld van de pesticiden

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor gewasbescherming en plaagdierbeheer wordt op Europees niveau geregeld. In Brussel worden de “werkzame stoffen” toegelaten tot de Europese markt. De Europese landen hebben eigen instanties, die bepalen welke gifstoffen nationaal worden toegelaten en onder welke voorwaarden.

Het “College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden” (CTGB) bepaalt welke pesticiden in Nederland op de markt komen en stelt wettelijke gebruiksvoorschriften vast. Deze verplichten onder meer tot het werken volgens de systematiek van “Integrated Pest Management” (IPM). IPM legt de nadruk op het voorkomen van plagen om de inzet van pesticiden te beperken.

IPM is ook verplicht bij knaagdierbeheersing met gifstoffen. De stichting “Keurmerk Plaagdier Management Bedrijven” (KPMB) publiceert de CTGB-regels in de vorm van het “Handboek IPM-Knaagdierbeheersing” (HIK). Bestrijders die pesticiden gebruiken moeten volgens dit handboek werken en dienen IPM-opgeleid en IPM-gecertificeerd zijn.

Het “Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid” (RPMV) is de instantie die de persoonlijke IPM-licenties (bewijzen voor vakbekwaamheid voor ongediertebestrijders) beheert en uitgeeft. Zij doen dit onder de “Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en biociden”.

De “Inspectie Leefomgeving en Transport” (ILT) controleert of de RPMV-geregistreerde ongediertebestrijders zich aan de wet houden en of ze de juiste certificaten hebben.

De “Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit” (NVWA) controleert alle schakels in de voedselketen: van boer en fabrikant tot supermarkt en horeca. Zij kijken ook naar ongedierte en de bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de ongediertebestrijding en de toepassing van regels rond pesticiden. Zij kunnen een ongediertebestrijder inhuren, maar blijven verantwoordelijk.

Het CTGB heeft zeggenschap over het gebruik van zogenaamde “werkzame stoffen”, waarvoor in Europees verband afspraken zijn gemaakt. Mechanische bestrijdingsmiddelen als een vliegenmepper of een rattenklem vallen buiten die bevoegdheid.

Bovenstaande bureaucratie heeft dus geen bevoegdheden op het gebied van mechanische bestrijding, dus ook niet voor het afschieten van ratten. Toch zien we dat de gevestigde orde van instanties en grote bedrijven rond de bestrijding met pesticiden bij de ministeries lobbyen voor regulering van de rattenschutters binnen de regelgeving voor pesticiden. Zij dienen daarmee de belangen van de grote bedrijven voor ongediertebestrijding en de producenten van pesticiden. Zij zien ons als concurrentie en willen onze ecologische aanpak het liefst uit de markt drukken. De (al dan niet professionele) rattenschutters die ecologische willen werken en afzien van het gebruik van rattengif zouden dan verstrikt raken in de regelgeving rond pesticiden.

De wereld van de jagers

Provincies willen het afschieten van ratten reguleren, om te voorkomen dat “Jan en alleman” met een luchtbuks ratten gaan afschieten. Er zijn terecht zorgen over de risico’s van luchtbuksen en eventueel het onnodig lijden van ondeskundig aangeschoten dieren.

Provincies gebruiken de Omgevingswet om het rattenschieten te reguleren. De Omgevingswet en bijbehorende regelingen is het nationale wettelijke kader waarbinnen o.m. de jacht op beschermde dieren wordt geregeld. Aan deze wet worden activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor belangrijke natuurwaarden van de Natura 2000-gebleden en voor de soortenbescherming van in Nederland in het wild levende planten en dieren getoetst.

Provincies doen hun best om de rattenschutter te faciliteren, omdat zij ook belang hebben bij de beheersing van ratten. Het introduceren en reguleren van het rattenschieten is belangrijk omdat het gebruik van rattengif aan banden is gelegd en rattenoverlast (met name in de grote steden) lijkt toe te nemen.

Provincies erkennen opleidingen op basis van een curriculum (leerplan), waarin zij kunnen beoordelen of een opleiding past bij hun beleid. Uiteraard spelen “Naam en Faam” ook een rol. Door vergunningen te verlenen aan rattenschutters met een goede opleiding is het risico voor de provincies gering.

Sommige provincies proberen de risico’s van het afgeven van een vergunning te verleggen naar de politie. Zij eisen van de rattenschutter een draagverlof. Zo’n draagverlof is dan extra een waarborg. De meeste rattenschutters werken echter niet in de openbare ruimte en hebben voor hun werk in principe geen draagverlof nodig. Wat ons betreft is een draagverlof geen noodzakelijke voorwaarde voor het verlenen van vergunningen.

Andere provincies proberen het risico te verleggen naar instanties, die het gebruik van pesticiden (o.a. rattengif) reguleren en eisen dat rattenschutters RPMV-gecertificeerd zijn. Denk aan eerder besproken instanties als het CTGB, het ILT en de werkwijze voor IPM. Ook hier verschuilen provincies zich achter andere instanties en vertrouwen erop dat daarmee eventuele risico’s kunnen worden afgewenteld. Ook voor deze voorwaarde worden geen steekhoudende argumenten aangedragen. Ecologische rattenschutters gebruiken immers geen rattengif.

Onze keuze voor de provincies

Wij vinden dat we ver weg moeten blijven van de lobby van de instanties, die het gebruik van pesticiden ondersteunen en reguleren. We zien dat ERaNed zich laat meeslepen door deze machtige lobby en zij zitten met deze instanties aan tafel.

ERaNed heeft medewerking verleend aan regels die eisen dat Ecologische rattenschutterts RPMV-gecertificeerd moeten zijn. Zij hebben zelfs (bij Lestrix) een aanvullende cursus georganiseerd om alsnog RPMV-gecertificeerd te worden. Dit is echt een verkeerd signaal. Wij denken dat dit de eerste stap is om helemaal te worden opgeslokt door de bureaucratie rondom pesticiden.

Wij hebben dit op verschillende niveaus bij ERaNed aangekaart. Ook in de appgroep van ERaNed. De discussie tussen ERaNed en Rattenschutter.nl is ontspoort en dat heeft het bestuur van ERaNed ertoe gebracht om op 17 juli mijn lidmaatschap voor 3 maanden te schorsen. Wat daarbij ook heeft meegespeeld is dat Henk en ik zelfstandig in gesprek zijn gegaan met de verschillende provincies om de eis van RPMV-erkenning van tafel te krijgen. Dit is in Utrecht al gelukt. Het bestuur van ERaNed voelde zich waarschijnlijk gepasseerd.

Wij hebben de overtuiging dat we beter zelf kunnen overleggen met de provincies om de belangen van alle (al dan niet professionele) ecologische rattenschutters te dienen. Juist omdat we de laatste jaren zijn geconfronteerd met ERaNed-deals, die voorbij gaan aan de belangen van onze ecologische rattenschutters. Denk aan het accepteren van regelingen waarbij gewerkt wordt met perceel-gebonden machtigingen, de regeling met Flevoland dat alleen ERaNed-leden een vergunning kunnen krijgen en het eerder genoemde meewerken aan de eisen voor RPMV-certificering.

Wij zijn als collectief van 400 gecertificeerden een serieuze gesprekspartner en we merken dat we gemakkelijk in gesprek komen met de verschillende provincies. Ook kunnen we jullie gemakkelijk betrekken bij deze onderhandelingen via onze WhatsApp groepen. Wij gebruiken dit medium om jullie te informeren over onze vorderingen (en eventueel tegenslagen) in de onderhandelingen met de overheden. Wij gaan binnenkort een enquête houden in de WhatsApp-community. Wij willen weten of Henk en ik van het collectief van rattenschutters het vertrouwen krijgen om namens jullie te onderhandelen.

Wij willen bereiken dat onze opleiding (en het Ratslag-certificaat) door alle provincies wordt erkend. Dat provincies vergunningen verlenen voor het hele grondgebied van de provincie. Buiten en binnen de bebouwde kom. Henk en ik gaan daarvoor het land in en we zullen alles geven om dit voor elkaar te krijgen. Wij zullen absoluut niet akkoord gaan met eisen, die ons in de richting van de regulering voor het gebruik van pesticiden drukken.

Wat moeten we dan met ERaNed?

Wat ons betreft schaadt ERaNed onze belangen zolang zij meelopen in de lobby van de instanties rond het toelaten en gebruiken van pesticiden. Henk en ik hebben besloten om het lidmaatschap bij ERaNed op te zeggen. We laten het aan de deelnemers van ons collectief over om voor zichzelf te bepalen of ze lid van ERaNed willen worden of blijven.

Nieuwe herziene druk van Handboek

Per 2 augustus is de nieuwe versie van het “Handboek voor de Rattenschutter” beschikbaar. Het is al weer de 5e druk en dat is nodig omdat er sinds de vorige uitgave uit februari 2025 weer veel is gebeurd.

Het belang van de ecologische rattenschutters, die de “Ratslagmethode” gebruiken en volgens ons nieuwe ERB-protocol werken is in de afgelopen jaren toegenomen. Er zijn nu bijna 400 gecertificeerde rattenschutters en jaarlijks komen er zo’n 100 bij. Nieuwe inzichten, veranderende wetgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en toenemende bekendheid maken dat dit collectief van rattenschutters zich voortdurend moet oriënteren op haar koers.

In de beginjaren zat de ontwikkeling vooral op de technische aspecten van het rattenschieten. Nu dient het vraagstuk zich aan hoe de rattenschutter zich in de markt voor rattenbeheersing moet positioneren en handhaven. De ecologische rattenschutter is intussen een professionele specialist voor rattenbeheersing geworden, die weet wat hij waard is.

Het collectief van rattenschutters vertegenwoordigt de nieuwe beroepsgroep. Het collectief onderscheidt zich nadrukkelijk van de ongediertebestrijders en de jagers. Dat valt niet mee, want:

  • Provincies drukken de rattenschutter min of meer in het kamp van de jagers, omdat zij de regels voor de jacht in de Omgevingswet gebruiken om de rattenschutters te reguleren en van vergunningen te voorzien.
  • Ministeries, instanties en bedrijven verantwoordelijk voor het toelaten en gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, trekken ook aan de rattenschutters en proberen deze te vangen in de rigide regelgeving rondom pesticiden.

Dit zijn grote krachten en het collectief van rattenschutters moet alle zeilen bijzetten om haar eigen koers te varen. Als we moeten kiezen, dan voelen we ons het meest thuis bij de provincies. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om de rattenschutters te reguleren, zonder dat deze meteen als jager wordt weggezet.

Het collectief verzet zich tegen het idee dat de ecologische rattenschutter onderdeel zou moeten worden van de wereld van de pesticiden. Hij gebruikt geen bestrijdingsmiddelen en wil niet geassocieerd worden met regelgeving, die het gebruik van pesticiden ondersteunt en mogelijk maakt.

Daarom werkt het collectief aan haar eigen opleiding en certificering, die garant staat voor vakbekwame en schietvaardige rattenschutters die het predicaat “ecologisch” waardig zijn.

Deze uitgave staat in het teken van “Ecologisch Ratten Beheer” en daarmee bieden we een volwaardig alternatief voor het gebruik van rattengif. ERB gaat ervan uit dat ratten in de natuur horen en wil dat ze in de natuur blijven en geen overlast veroorzaken. Wij werken met ERB-protocollen, die uitgaan van het voorkomen van rattenoverlast gecombineerd met een verantwoorde en “diervriendelijke” bestrijding als dat nodig is. De ERB-protocollen zijn te downloaden bij Rattenschutters.nl.

De opleiding van rattenschutters is eveneens in ontwikkeling. We hebben in het afgelopen jaar het nieuwe curriculum (leerplan) voor onze cursus “Vakbekwaamheid en Schietvaardigheid voor Rattenschutters” gepubliceerd. Daarin zijn de eisen voor schietvaardigheid aangescherpt, wordt ERB geïntroduceerd en is de geldigheid van het Ratslag-certificaat ingekort tot twee jaar. Vanaf 2026 worden nascholingen aangeboden om het certificaat te actualiseren. Op deze manier wordt de vakbekwaamheid geborgd. Het curriculum (VSvR) ligt ter inzage bij Rattenschutters.nl.

Ratterschutters.nl is vijf jaar geleden opgericht om het zorgvuldig en verantwoord afschieten van ratten met een persluchtbuks in Nederland te ontwikkelen, te introduceren en te ondersteunen. Intussen is er veel bereikt. We zijn op het punt aangeland, waarbij het gebruik van rattengif overbodig is geworden. Met ERB hebben we de instrumenten waarmee vrijwel alle problemen met ratten kunnen worden aangepakt. Dit, met behoud van een gezond en evenwichtig bestand van ratten in de natuur.

De reguliere rattenbestrijding is vanaf 2023 door nieuwe IPM-regels in de problemen geraakt. Door de opgelegde beperkingen kunnen zij overlast van ratten minder effectief aanpakken. Met name kleine bedrijven voor ongediertebestrijding laten sindsdien het onderdeel rattenbestrijding vallen.

Ecologische rattenschutters en andere ERB-rattenbestrijders varen wel bij de toenemende behoefte aan rattenbeheersing. De politiek en de publieke opinie is ons welgezind en de aanpak van de rattenschutters wordt door veel mensen gewaardeerd als een verantwoorde manier van rattenbeheersing. De belangstelling voor onze werkwijze groeit. Niet alleen bij de mensen met rattenoverlast, maar ook bij mensen die rattenschutter willen worden.

Om te voorkomen dat aspirant rattenschutters ongeoefend op ratten gaan schieten is een adequate en bereikbare opleiding nodig. De cursus “Vakbekwaamheid en Schietvaardigheid voor Rattenschutters” (VSvR) voldoet hieraan. Dit handboek hoort daar bij.

Bedenk dat een volledige opleiding voor ongediertebestrijders (voor alle vormen van ongedierte en alle daarvoor in te zetten gifstoffen) zijn doel voorbij schiet. Dit geldt ook voor de opleiding voor jagers.

Wij bevelen het nieuwe Handboek van harte aan. Juist ook voor onze gecertificeerden. Zodra de drukproeven zijn beoordeeld gaan we die groep de gelegenheid geven om hun oude exemplaar te vervangen. Wij bieden tegen kostprijs plus verzendkosten het nieuwste exemplaar aan. Zoals het er nu uitziet is de kostprijs € 19,50 en daar komt dan € 2,99 aan verzendkosten bij.

Wij zullen in de Whatsappgroep van Rattenschutters.nl uitleggen hoe je met deze actie kunt meedoen.

Doorvergiftiging door rattengif blijft onverminderd hoog

Ratten- en muizengif komt op grote schaal terecht in diersoorten waarvoor deze stoffen niet bedoeld zijn, zoals vossen, marters, egels, roofvogels en uilen. Sinds de aanscherping van het beleid in 2023 is geen blijvende daling te zien van deze doorvergiftiging. Dit blijkt uit onderzoek naar doorvergiftiging van ratten- en muizengif (formeel rodenticiden genoemd) door de vakgroep toxicologie van WUR, Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en CLM Onderzoek en Advies.


Ratten- en muizengif mag alleen door professionele plaagdierbestrijders worden toegepast, nadat niet-chemische maatregelen (bijvoorbeeld het plaatsen van klapvallen) binnen het integraal plaagmanagement (IPM) zijn uitgevoerd en dit onvoldoende tegen de plaag heeft geholpen. Sinds 2023 gelden voorschriften voor gebruik in gebouwen, moeten plaagdierbeheersers zijn opgeleid en moet hun bedrijf beschikken over een certificaat. Doel van de regels is onder meer vermindering van (door)vergiftiging van mens en dier en het voorkomen van resistentie. Om te weten of deze regels tegen doorvergiftiging effectief zijn, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opnieuw onderzoek laten uitvoeren, in aanvulling op een eerder onderzoek uit 2019.

Ratten- en muizengif belemmert de bloedstolling en leidt zo tot interne bloedingen, ook in niet-doelsoorten. Niet-doelsoorten zoals slakken, zangvogels, veld- en spitsmuizen en wezels kunnen gif binnenkrijgen door te eten uit lokdozen met ratten- en muizengif. Ook roofdieren krijgen het gif binnen, als zij ratten, muizen of deze niet-doelsoorten eten. Dan is er sprake van doorvergiftiging (zie infographic 1). Dat veroorzaakt dierenleed, en de interne bloedingen vergroten de kans op een voortijdige dood.

In dit onderzoek is in alle vossen (n=13) en vrijwel alle steenmarters (n=218) ratten- en muizengif gevonden. In 84% van de egels (n=86) is één of meer van deze stoffen gevonden, en in 58 tot 100% van de roofvogels en uilen (zie infographic 1). Vergeleken met het onderzoek uit 2019 is de mate van doorvergiftiging niet verminderd. Bovendien zijn de concentraties niet blijvend gedaald tussen 2020-2022 en 2024-2025.

De aangescherpte regels voor IPM hebben dus niet geleid tot een verminderde doorvergiftiging van de onderzochte soorten. Dit geldt voor zowel rurale als stedelijke gebieden. Om doorvergiftiging te verminderen is betere implementatie en/of aanscherping van beleid noodzakelijk. Daarnaast is het voortzetten van de monitoring essentieel om toekomstige trends in blootstelling vast te kunnen stellen.

Voor dit onderzoek hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van monsters van dieren die zijn ingezonden voor pathologisch onderzoek. Ook is samengewerkt met egelopvangen en zijn steenmarters via weidevogelbeheer binnengekomen. Voor dit onderzoek zijn geen dieren gedood.

Rattenschutter “overvallen” door politie

De bilt, Zaterdag avond 23 mei: Henk Fennema uit Soest is aan het werk met de bestrijding van ratten op het terrein van een winkelcentrum. Hij werkt in opdracht van de vastgoedeigenaar, die het centrum exploiteert. Het winkelcentrum was gesloten, de meldkamer van de politie was geïnformeerd en Henk was duidelijk herkenbaar als rattenschutter.

Op het terrein is sprake van rattenoverlast. Ongediertebestrijders doen hun best en het terrein ligt bezaaid met lokdozen. Door de nieuwe regels m.b.t. het gebruik van rattengif is dit nauwelijks nog effectief. In dit soort situaties wordt steeds vaker een rattenschutter ingezet.

Geüniformeerde agenten met kogelvrij vest en handen op de heup betraden vanuit verschillende kanten het terrein en hadden de rattenschutter in het donker aanvankelijk niet gezien. Henk, die begreep dat zijn bericht aan de (112)-meldkamer kennelijk niet was aangekomen, trad naar voren.

De geschrokken politiemannen (een peloton van 8 man) sommeerde de rattenschutter om zijn “wapen” neer te leggen en zich om te draaien. Hij werd gefouilleerd en ondervraagd.

De vergissing werd snel duidelijk. Kennelijk heeft een omstander gezien dat er iemand met een “wapen” om de schouder rondliep en heeft de politie gebeld. De meldkamer heeft niet de link gelegd met de aangekondigde aanwezigheid van de rattenschutter. Nadat Henk zijn verhaal had gedaan ontspande de situatie. Zij zouden nog even nagaan waar het was misgegaan in de meldkamer. Na het controleren van de papieren en de excuses van politiemannen kon Henk weer aan werk.

De ratten waren kennelijk ook erg geschrokken, want deze hebben zich die avond niet meer laten zien.

Carm magazijn test op Umarex Notos 4,5 mm

Ik las de berichten over sluiting van horeca zaken en dacht laat ik weer eens aan de slag gaan met mijn muizengeweer. Door omstandigheden is dit even in de kast blijven liggen. Tijdens mijn vorige testen kwam ik niet verder dan 17 perfecte schoten. Dat bleef knagen, ik besloot vandaag eens uit te zoeken of dat anders kon.

Ik startte met een volle lading lucht en mijn Carm 8 schots magazijntje, resultaat was prima. Door met mijn Carm 12 schots magazijn. Resultaat was minder. Vervolgens een rondje met mijn Carm 14 schots magazijntje, resultaat was nog slechter.

Ik vroeg me af wat hier aan de hand kon zijn dus aan de slag. Tijdens mijn vorige testen gebruikte ik de Carm magazijntjes random door elkaar heen. Dit ging ik nu dus maar anders doen.

Ik startte weer met mijn 8 schots, ik bleef doorschieten totdat de lucht op was. het resultaat waren minimaal 48 perfecte schoten ( 6 magazijnen) het 7e was nog redelijk, de 8e drama maar de lucht was ook op. 48 schoten is prima. De schoten kwamen een fractie te veel naar links af.. alle schoten zaten binnen de kleine cirkel, deze is 1 cm. Het kogeltje is 4,5 mm dus in theorie heb je aan beide kanten 2,75 mm ruimte. De buitenkant van de zwarte cirkel is 2 cm.

Carm 8 schots magazijn. 8 schoten per doel op roos 1,2,3,4,5 en 24 schoten op roos 6. Op roos nummer 3 zat een trekker foutje van mij.

Door met mijn Carm 12 schots magazijn, zelfde test, volle lading lucht.

Carm 12 schots magazijn. Ook hier 8 schoten per roos. De afwijking naar links nam toe en ook de hoogte was niet goed. Op roos 6 nog een controle schot op de 7 vanuit het 8 schots magazijn. Deze was weer prima. Kort gezegd komt dit magazijntje 5 mm hoger af op 6 m1…

Door naar mijn Carm 14 schots magazijn. zelfde test , volle lading lucht.

Resultaat was niet ok. Groepjes op zich nog wel maar niet op de juiste plek. Ik besloot dat de proef met dit magazijntje na 24 schoten klaar was.

Ik besloot er dan toch nog 8 vanuit mijn 8 schots magazijntje achteraan te doen, zie doel 3. Deze waren weer perfect.

Carm 14 schots magazijn. Nog steeds redelijk groepjes maar op de verkeerde plek. Kort gezegd komt dit magazijntje 1 cm hoger af op 6 m1, t.o.v. het 8 schots magazijntje.

Conclusie is dat er kennelijk best veel verschil kan zitten tussen de magazijntjes onderling. Ik ga nog een 8 schots magazijntje bestellen om te testen of deze wel exact hetzelfde doet als mijn bestaande 8 schots.

Ook zal ik de magazijntjes van mijn Umarex Notos 5,5 mm aan dezelfde test onderwerpen. Ook bij dat wapen heb ik soms onverklaarbare afwijkingen, Ik heb er toen een Huma Air regulator ingezet maar dat gaf geen verbetering.

Als ik van beide ( mijn 4,5 mm en 5,5 mm)Notos Umarex de snelheid meet zit er per schot nagenoeg geen verschil in. Het resultaat op de kaart zou dus ook altijd hetzelfde moeten zijn.

Ik gebruik ook de Carm 5.5 mm magazijntjes voor mijn FX DRS , deze komen wel exact hetzelfde af als het originele fx magazijntje.

De gebruikte Carm 4,5 mm magazijntjes.

Voorlopig gebruik ik dus nog alleen maar het 8 schots magazijntje. Muizen zijn niet groot en er 5 tot 10 mm naast schieten is niet ok. Zeker als je binnen werkt wil je geen gekke dingen.

Ratten op Terschelling (Evaluatie)

Eind november ben ik naar Terschelling teruggegaan om te kijken hoe de situatie met de ratten zich heeft ontwikkeld. Rattenschutters heeft vorig jaar december in opdracht van de gemeente vijf rattenschutters opgeleid en gekwalificeerd. Henk en ik hebben geholpen bij het in orde maken van de noodzakelijke vergunningen. Zij zijn vol goede moed aan de slag gegaan en hebben met z’n allen nu zo’n 800 ratten afgeschoten.

Ik heb een paar dagen op het eiland doorgebracht en heb gesproken met rattenschutter Jan van Rees en wethouder Bert Wassink. Verder zijn Jan en ik geïnterviewd door WNL en zijn opnamen gemaakt voor een TV-reportage over “De Kosten en Baten van wilde dieren”. Zodra bekend is wanneer deze wordt uitgezonden laat ik dat hier weten.

Wethouder Wassink is tevreden over de aanpak van ratten op het eiland en heeft de overtuiging dat hiermee een potentiële rattenplaag is voorkomen. Er zijn op het eiland namelijk geen predatoren, zoals vossen en marters. Het is belangrijk om het aantal ratten tot een minimum te beperken. Dat lukt en het aantal meldingen is teruggelopen.

Jan van Rees en zijn collega rattenschutters vormen een hecht team. Iedere melding wordt nog dezelfde avond door een van de schutters nagetrokken. De mannen gaan ook actief op zoek naar ratten met hun warmtebeeldkijkers. Met name op de dijken, de weilanden en in de duinen vinden ratten in de zomer een rijke habitat en kunnen zij zich vermeerderen. Door deze populaties actief te monitoren en te bestrijden wordt de aanwas beperkt.

Nu met de winter op komst trekken de ratten weer naar de bebouwing en zoeken warmte en voedsel bij de eilanders in schuren, stallen en kippenhokken. Dit is HET moment om ratten te gaan bestrijden. De gemeente heeft in onderstaande publicatie de eilanders op het hart gedrukt om onmiddellijk melding te maken van ratten. De mannen staan paraat. De doelstelling van de gemeente is (en blijft) om Terschelling zo goed als “rattenvrij” te maken.

De gemeente Terschelling heeft intussen in de gemeenteraad ook de inzet van de rattenschutters geëvalueerd. Zie onderstaand artikel.

Fragment uit krant “De Terschellinger” (klik om te lezen)

Schiermonnikoog en Vlieland

Ik ben dit voorjaar ook op Schiermonnikoog geweest om ratten te bestrijden op een camping en melkveehouderij. De autoriteiten op Schiermonnikoog zijn geschrokken van het aantal ratten (69 in twee avonden) dat ik in een weekend heb afgeschoten. Ik ben intussen in overleg met beleidsmakers van de gemeente Schiermonnikoog om te bekijken of daar ook rattenschutters moeten worden opgeleid en ingezet.

Op Vlieland wordt ook overlast van ratten ervaren. Intussen heeft een Vlielander zich ingeschreven voor de cursus voor rattenschutters. Ik ga komend voorjaar op bezoek bij deze aspirant rattenschutter om een beeld te krijgen van de situatie op dat eiland.

Texel

Texel hoort bij de provincie Noord-Holland terwijl Terschelling, Schiermonnikoog en Vlieland bij Friesland horen. Door ons gekwalificeerde rattenschutters kunnen in Friesland een vergunnen aanvragen. In Noord-Holland wordt dit voorbehouden aan jagers. Er zijn echter weinig jagers die van hun hobby een beroep willen maken.

Door de onwil van Noord-Holland om ons certificaat te accepteren is er een gebrek aan professionele rattenschutters om de rattenpopulatie op Texel in bedwang te houden. Zie onderstaand artikel…

Artikel NH-Nieuws. Klik om te lezen

ERB-Protocol (Rattenschutters)

Rattenschutters zijn “Ecologische Ratten Beheersers” (ERB) en gebruiken geen rattengif. Zij hebben dat niet nodig, omdat ratten afschieten effectiever is. Toch is er toenemende druk vanuit provincies en instanties om de rattenschutters en andere ecologische rattenbeheersers te onderwerpen aan de regels van Integrated Pest Management (IPM).

  • Opmerking:
    Er wordt van verschillende kanten beweerd dat vanaf 1 januari 2023 IPM verplicht is voor ongediertebestrijding. Dit is te lezen op de websites van verschillende instanties. Als je echter de bronnen erop na slaat, dan zie dat dit voortkomt uit vereenvoudigde berichtgeving van deze publieke instanties. In de Wet wordt dit nergens bevestigd.

IPM is bedoeld om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (biociden) in agrarische sectoren en bij ongediertebestrijding terug te dringen. De huidige praktijk van plaagdierbeheer is gebaseerd op het gebruik van biociden. Daarmee wordt van alles bestreden. Denk aan wespen, rupsen, bedwantsen, mieren, kakerlakken, houtworm, etc.. In het geval van ratten en muizen wordt gesproken over rodenticiden (ratten- en muizengif). In de agrarische wereld worden biociden gebruikt voor gewasbescherming. Dit is een eufemisme voor onkruid/insecten bestrijding. Zo is plaagdierbeheersing een mooi woord voor ongediertebestrijding.

Er is veel maatschappelijke onrust rond het gebruik van biociden voor plaagdieren en gewasbescherming. Onze overheid probeert daarom het gebruik van deze gifstoffen zoveel mogelijk terug te dringen. Overigens, zonder het meteen te verbieden. Een verbod op bestrijdingsmiddelen zou ontwrichtend werken voor de agrarische sector en voor de aanpak van allerlei soorten plaagdieren.

IPM-Protocol
IPM wordt gepropageerd als de oplossing voor het gebruik van biociden, terwijl het eigenlijk alleen een protocol is om het gebruik van biociden zo moeilijk mogelijk te maken. Onze overheid doet dat best slim, want als je het gebruik van biociden vrijwel onmogelijk maakt komen er vanzelf andere oplossingen in beeld.

Zo’n oplossing is de inzet van rattenschutters. Er zijn ook andere ecologische rattenbeheersers. Denk aan rattenbeheersers die werken met habitat-management en rattenklemmen. Zij gebruik geen rattengif. Dat geldt tevens voor rattenbeheersers die werken met fretten en honden. Zij hebben geen boodschap aan allerlei andere plaagdieren als wespen, rupsen en de gifstoffen die daartegen worden gebruikt. Zij zijn gespecialiseerd in rattenbeheersing en hoeven niet IPM-gecertificeerd te zijn. Zij gebruiken immers geen biociden.

Rattenvangen met Rookmachines en honden
Phill the Kettle, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

Het is begrijpelijk dat IPM-gecertificeerde rattenbestrijders jaloers zijn op hun ecologische collega’s, die geen last hebben van de belemmerende IPM-regels. Ecologische rattenbeheersers kunnen effectiever en efficiënter werken met hun van nature ecologische aanpak. Het is logisch dat de beroepsgroep van gif gebruikende plaagdierbeheersers hun ongenoegen aankaarten bij overheden en lobbyen voor gelijke rechten en plichten.

De intentie van overheden om middels IPM het gebruik van biociden terug te dringen is gerechtvaardigd. Zij moeten alle belangen dienen en verstandig beleid voeren. In die zin zijn de IPM-regels voor wat betreft rattenbeheersing succesvol. Immers door de inzet van rattengif lastig te maken zijn nieuwe beroepsgroepen opgestaan, die ratten effectief kunnen beheersen zonder het gebruik van rattengif.

Daarmee is niet gezegd dat IPM voor rattenbeheersing helemaal onzin is. Er zullen altijd uitzonderlijke situaties zijn waar het gebruik van rattengif te rechtvaardigen is. Je moet er dan voor zorgen dat dit alleen als laatste redmiddel kan worden ingezet. Dat is precies waar IPM voor bedoeld is.

Rattenbestrijding met gif wordt zeldzaam
Reguliere rattenbestrijders kunnen niet concurreren met hun ecologische collega’s omdat zij hun meest effectieve wapen (rattengif) vrijwel niet meer kunnen inzetten. Zij beginnen met habitatmanagement, vervolgens mogen ze (na veel administratie) beginnen met de weinig effectieve mechanische bestrijding (Klemmen). Uiteindelijk mogen ze (na nog meer administratieve rompslomp) rattengif gaan inzetten voor een te korte periode. Dat leidt ertoe dat vergiftigde en doodzieke ratten alsnog overleven. Daarmee is het probleem voor de klant niet opgelost en blijven resistente ratten achter, die zich weer gaan vermenigvuldigen.

Nu lijkt het erop dat overheden zich laten beïnvloedden door een lobby van de (gif gebruikende) ongediertebestrijders. Zij willen dat de regels om het gebruik van rattengif te ontmoedigen ook worden opgelegd aan de ecologische rattenbeheersers. Zij denken dat rattenschutters alleen maar op ratten knallen en niets doen aan preventie. Dat geldt in elk geval niet voor de rattenschutters die volgens de ratslagmethode werken.

Genezen en voorkomen
Ecologische rattenbeheersing is meer dan ratten bestrijden. Klanten zijn niet geholpen met de afhankelijkheid van een rattenschutter die periodiek de ratten komt afschieten. Het is geen oplossing en bovendien zeer kostbaar. De inzet van een rattenschutter is heel effectief, maar ook arbeidsintensief en kostbaar. Klanten worden daar niet blij van.

Klanten weten ook dat het permanent inzetten van rattengif niet meer verantwoord is en dat mechanische bestrijding met klemmen gewoon niet werkt. Zij moeten dus kiezen tussen:

  • Een kostbaar contract aangaan met een reguliere plaagdierbeheerser, die wordt belemmerd door IPM-regels en nauwelijks resultaat kan leveren .
  • Zelf illegaal aan de slag gaan met rattengif dat hij via internet koopt en hopen dat hij niet tegen de lamp loopt. Hij kan ook een illegaal werkende ongediertebestrijder inhuren, als hij er een kan vinden.
  • Een ecologische rattenschutter inhuren die zijn probleem direct oplost en vervolgens met hem aan de slag gaat om een volgende rattenplaag te voorkomen. Deze kost ook geld, maar levert in ieder geval resultaat.

ERB-Protocol
Wij besteden in de cursus VSvR aandacht aan het voorkomen van rattenplagen. Met ingang van 2026 gaan we dit versterken door in onze cursus specifiek aandacht te geven aan het zogenaamde ERB-protocol. We geven de cursisten daarmee het gereedschap om hun klanten bij de hand te nemen en te adviseren op het gebied van preventieve maatregelen. Bij de afronding van de bestrijding levert de rattenschutter een (verplicht) advies om nieuwe rattenplagen te voorkomen of in ieder geval te beperken. Daarmee zijn onze klanten nog beter geholpen.

Met dit ERB-protocol willen we de overheden laten zien dat rattenschutters meer doen dan bestrijden. Zij werken vanuit een ecologisch, duurzaam en “diervriendelijk” perspectief. Daarbij past het niet om meer dieren te doden dan nodig is.

Vragen of opmerkingen? Graag in de reacties hieronder….