Berichten

Carm magazijn test op Umarex Notos 4,5 mm

Ik las de berichten over sluiting van horeca zaken en dacht laat ik weer eens aan de slag gaan met mijn muizengeweer. Door omstandigheden is dit even in de kast blijven liggen. Tijdens mijn vorige testen kwam ik niet verder dan 17 perfecte schoten. Dat bleef knagen, ik besloot vandaag eens uit te zoeken of dat anders kon.

Ik startte met een volle lading lucht en mijn Carm 8 schots magazijntje, resultaat was prima. Door met mijn Carm 12 schots magazijn. Resultaat was minder. Vervolgens een rondje met mijn Carm 14 schots magazijntje, resultaat was nog slechter.

Ik vroeg me af wat hier aan de hand kon zijn dus aan de slag. Tijdens mijn vorige testen gebruikte ik de Carm magazijntjes random door elkaar heen. Dit ging ik nu dus maar anders doen.

Ik startte weer met mijn 8 schots, ik bleef doorschieten totdat de lucht op was. het resultaat waren minimaal 48 perfecte schoten ( 6 magazijnen) het 7e was nog redelijk, de 8e drama maar de lucht was ook op. 48 schoten is prima. De schoten kwamen een fractie te veel naar links af.. alle schoten zaten binnen de kleine cirkel, deze is 1 cm. Het kogeltje is 4,5 mm dus in theorie heb je aan beide kanten 2,75 mm ruimte. De buitenkant van de zwarte cirkel is 2 cm.

Carm 8 schots magazijn. 8 schoten per doel op roos 1,2,3,4,5 en 24 schoten op roos 6. Op roos nummer 3 zat een trekker foutje van mij.

Door met mijn Carm 12 schots magazijn, zelfde test, volle lading lucht.

Carm 12 schots magazijn. Ook hier 8 schoten per roos. De afwijking naar links nam toe en ook de hoogte was niet goed. Op roos 6 nog een controle schot op de 7 vanuit het 8 schots magazijn. Deze was weer prima. Kort gezegd komt dit magazijntje 5 mm hoger af op 6 m1

Door naar mijn Carm 14 schots magazijn. zelfde test , volle lading lucht.

Resultaat was niet ok. Groepjes op zich nog wel maar niet op de juiste plek. Ik besloot dat de proef met dit magazijntje na 24 schoten klaar was.

Ik besloot er dan toch nog 8 vanuit mijn 8 schots magazijntje achteraan te doen, zie doel 3. Deze waren weer perfect.

Carm 14 schots magazijn. Nog steeds redelijk groepjes maar op de verkeerde plek. Kort gezegd komt dit magazijntje 1 cm hoger af op 6 m1, t.o.v. het 8 schots magazijntje.

Conclusie is dat er kennelijk best veel verschil kan zitten tussen de magazijntjes onderling. Ik ga nog een 8 schots magazijntje bestellen om te testen of deze wel exact hetzelfde doet als mijn bestaande 8 schots.

Ook zal ik de magazijntjes van mijn Umarex Notos 5,5 mm aan dezelfde test onderwerpen. Ook bij dat wapen heb ik soms onverklaarbare afwijkingen, Ik heb er toen een Huma Air regulator ingezet maar dat gaf geen verbetering.

Als ik van beide ( mijn 4,5 mm en 5,5 mm)Notos Umarex de snelheid meet zit er per schot nagenoeg geen verschil in. Het resultaat op de kaart zou dus ook altijd hetzelfde moeten zijn.

Ik gebruik ook de Carm 5.5 mm magazijntjes voor mijn FX DRS , deze komen wel exact hetzelfde af als het originele fx magazijntje.

De gebruikte Carm 4,5 mm magazijntjes.

Voorlopig gebruik ik dus nog alleen maar het 8 schots magazijntje. Muizen zijn niet groot en er 5 tot 10 mm naast schieten is niet ok. Zeker als je binnen werkt wil je geen gekke dingen.

Ratten op Terschelling (Evaluatie)

Eind november ben ik naar Terschelling teruggegaan om te kijken hoe de situatie met de ratten zich heeft ontwikkeld. Rattenschutters heeft vorig jaar december in opdracht van de gemeente vijf rattenschutters opgeleid en gekwalificeerd. Henk en ik hebben geholpen bij het in orde maken van de noodzakelijke vergunningen. Zij zijn vol goede moed aan de slag gegaan en hebben met z’n allen nu zo’n 800 ratten afgeschoten.

Ik heb een paar dagen op het eiland doorgebracht en heb gesproken met rattenschutter Jan van Rees en wethouder Bert Wassink. Verder zijn Jan en ik geïnterviewd door WNL en zijn opnamen gemaakt voor een TV-reportage over “De Kosten en Baten van wilde dieren”. Zodra bekend is wanneer deze wordt uitgezonden laat ik dat hier weten.

Wethouder Wassink is tevreden over de aanpak van ratten op het eiland en heeft de overtuiging dat hiermee een potentiële rattenplaag is voorkomen. Er zijn op het eiland namelijk geen predatoren, zoals vossen en marters. Het is belangrijk om het aantal ratten tot een minimum te beperken. Dat lukt en het aantal meldingen is teruggelopen.

Jan van Rees en zijn collega rattenschutters vormen een hecht team. Iedere melding wordt nog dezelfde avond door een van de schutters nagetrokken. De mannen gaan ook actief op zoek naar ratten met hun warmtebeeldkijkers. Met name op de dijken, de weilanden en in de duinen vinden ratten in de zomer een rijke habitat en kunnen zij zich vermeerderen. Door deze populaties actief te monitoren en te bestrijden wordt de aanwas beperkt.

Nu met de winter op komst trekken de ratten weer naar de bebouwing en zoeken warmte en voedsel bij de eilanders in schuren, stallen en kippenhokken. Dit is HET moment om ratten te gaan bestrijden. De gemeente heeft in onderstaande publicatie de eilanders op het hart gedrukt om onmiddellijk melding te maken van ratten. De mannen staan paraat. De doelstelling van de gemeente is (en blijft) om Terschelling zo goed als “rattenvrij” te maken.

De gemeente Terschelling heeft intussen in de gemeenteraad ook de inzet van de rattenschutters geëvalueerd. Zie onderstaand artikel.

Fragment uit krant “De Terschellinger” (klik om te lezen)

Schiermonnikoog en Vlieland

Ik ben dit voorjaar ook op Schiermonnikoog geweest om ratten te bestrijden op een camping en melkveehouderij. De autoriteiten op Schiermonnikoog zijn geschrokken van het aantal ratten (69 in twee avonden) dat ik in een weekend heb afgeschoten. Ik ben intussen in overleg met beleidsmakers van de gemeente Schiermonnikoog om te bekijken of daar ook rattenschutters moeten worden opgeleid en ingezet.

Op Vlieland wordt ook overlast van ratten ervaren. Intussen heeft een Vlielander zich ingeschreven voor de cursus voor rattenschutters. Ik ga komend voorjaar op bezoek bij deze aspirant rattenschutter om een beeld te krijgen van de situatie op dat eiland.

Texel

Texel hoort bij de provincie Noord-Holland terwijl Terschelling, Schiermonnikoog en Vlieland bij Friesland horen. Door ons gekwalificeerde rattenschutters kunnen in Friesland een vergunnen aanvragen. In Noord-Holland wordt dit voorbehouden aan jagers. Er zijn echter weinig jagers die van hun hobby een beroep willen maken.

Door de onwil van Noord-Holland om ons certificaat te accepteren is er een gebrek aan professionele rattenschutters om de rattenpopulatie op Texel in bedwang te houden. Zie onderstaand artikel…

Artikel NH-Nieuws. Klik om te lezen

ERB-Protocol (Rattenschutters)

Rattenschutters zijn “Ecologische Ratten Beheersers” (ERB) en gebruiken geen rattengif. Zij hebben dat niet nodig, omdat ratten afschieten effectiever is. Toch is er toenemende druk vanuit provincies en instanties om de rattenschutters en andere ecologische rattenbeheersers te onderwerpen aan de regels van Integrated Pest Management (IPM).

  • Opmerking:
    Er wordt van verschillende kanten beweerd dat vanaf 1 januari 2023 IPM verplicht is voor ongediertebestrijding. Dit is te lezen op de websites van verschillende instanties. Als je echter de bronnen erop na slaat, dan zie dat dit voortkomt uit vereenvoudigde berichtgeving van deze publieke instanties. In de Wet wordt dit nergens bevestigd.

IPM is bedoeld om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (biociden) in agrarische sectoren en bij ongediertebestrijding terug te dringen. De huidige praktijk van plaagdierbeheer is gebaseerd op het gebruik van biociden. Daarmee wordt van alles bestreden. Denk aan wespen, rupsen, bedwantsen, mieren, kakerlakken, houtworm, etc.. In het geval van ratten en muizen wordt gesproken over rodenticiden (ratten- en muizengif). In de agrarische wereld worden biociden gebruikt voor gewasbescherming. Dit is een eufemisme voor onkruid/insecten bestrijding. Zo is plaagdierbeheersing een mooi woord voor ongediertebestrijding.

Er is veel maatschappelijke onrust rond het gebruik van biociden voor plaagdieren en gewasbescherming. Onze overheid probeert daarom het gebruik van deze gifstoffen zoveel mogelijk terug te dringen. Overigens, zonder het meteen te verbieden. Een verbod op bestrijdingsmiddelen zou ontwrichtend werken voor de agrarische sector en voor de aanpak van allerlei soorten plaagdieren.

IPM-Protocol
IPM wordt gepropageerd als de oplossing voor het gebruik van biociden, terwijl het eigenlijk alleen een protocol is om het gebruik van biociden zo moeilijk mogelijk te maken. Onze overheid doet dat best slim, want als je het gebruik van biociden vrijwel onmogelijk maakt komen er vanzelf andere oplossingen in beeld.

Zo’n oplossing is de inzet van rattenschutters. Er zijn ook andere ecologische rattenbeheersers. Denk aan rattenbeheersers die werken met habitat-management en rattenklemmen. Zij gebruik geen rattengif. Dat geldt tevens voor rattenbeheersers die werken met fretten en honden. Zij hebben geen boodschap aan allerlei andere plaagdieren als wespen, rupsen en de gifstoffen die daartegen worden gebruikt. Zij zijn gespecialiseerd in rattenbeheersing en hoeven niet IPM-gecertificeerd te zijn. Zij gebruiken immers geen biociden.

Rattenvangen met Rookmachines en honden
Phill the Kettle, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

Het is begrijpelijk dat IPM-gecertificeerde rattenbestrijders jaloers zijn op hun ecologische collega’s, die geen last hebben van de belemmerende IPM-regels. Ecologische rattenbeheersers kunnen effectiever en efficiënter werken met hun van nature ecologische aanpak. Het is logisch dat de beroepsgroep van gif gebruikende plaagdierbeheersers hun ongenoegen aankaarten bij overheden en lobbyen voor gelijke rechten en plichten.

De intentie van overheden om middels een IPM het gebruik van biociden terug te dringen is gerechtvaardigd. Zij moeten alle belangen dienen en verstandig beleid voeren. In die zin zijn de IPM-regels voor wat betreft rattenbeheersing succesvol. Immers door de inzet van rattengif lastig te maken zijn nieuwe beroepsgroepen opgestaan, die ratten effectief kunnen beheersen zonder het gebruik van rattengif.

Daarmee is niet gezegd dat IPM voor rattenbeheersing helemaal onzin is. Er zullen altijd uitzonderlijke situaties zijn waar het gebruik van rattengif te rechtvaardigen is. Je moet er dan voor zorgen dat dit alleen als laatste redmiddel kan worden ingezet. Dat is precies waar IPM voor bedoeld is.

Rattenbestrijding met gif wordt zeldzaam
Reguliere rattenbestrijders kunnen niet concurreren met hun ecologische collega’s omdat zij hun meest effectieve wapen (rattengif) vrijwel niet meer kunnen inzetten. Zij beginnen met habitatmanagement, vervolgens mogen ze (na veel administratie) beginnen met de weinig effectieve mechanische bestrijding (Klemmen). Uiteindelijk mogen ze (na nog meer administratieve rompslomp) rattengif gaan inzetten voor een te korte periode. Dat leidt ertoe dat vergiftigde ratten alsnog overleven. Daarmee is het probleem voor de klant niet opgelost en blijven resistente ratten achter, die zich weer gaan vermenigvuldigen.

Nu lijkt het erop dat overheden zich laten beïnvloedden door een lobby van de (gif gebruikende) ongediertebestrijders. Zij willen dat de regels om het gebruik van rattengif te ontmoedigen ook worden opgelegd aan de ecologische rattenbeheersers. Zij denken dat rattenschutters alleen maar op ratten knallen en niets doen aan preventie. Dat geldt in elk geval niet voor de rattenschutters die volgens de ratslagmethode werken.

Genezen en voorkomen
Ecologische rattenbeheersing is meer dan ratten bestrijden. Klanten zijn niet geholpen met de afhankelijkheid van een rattenschutter die periodiek de ratten komt afschieten. Het is geen oplossing en bovendien zeer kostbaar. De inzet van een rattenschutter is arbeidsintensief. Klanten worden daar niet blij van.

Klanten weten ook dat het permanent inzetten van rattengif niet meer verantwoord is en dat mechanische bestrijding met klemmen gewoon niet werkt. Zij moeten dus kiezen tussen:

  • Een kostbaar contract aangaan met een reguliere plaagdierbeheerser, die wordt belemmerd door IPM-regels en geen resultaat kan leveren .
  • Zelf illegaal aan de slag gaan met rattengif dat hij via internet koopt en hopen dat hij niet tegen de lamp loopt. Hij kan ook een illegaal werkende ongediertebestrijder inhuren, als hij er een kan vinden.
  • Een ecologische rattenschutter inhuren die zijn probleem direct oplost en vervolgens met hem aan de slag gaat om een volgende rattenplaag te voorkomen. Deze kost ook geld, maar levert in ieder geval resultaat.

ERB-Protocol
Wij besteden in de cursus VSvR aandacht aan het voorkomen van rattenplagen. Met ingang van 2026 gaan we dit versterken door in onze cursus specifiek aandacht te geven aan het zogenaamde ERB-protocol. We geven de cursisten het gereedschap om hun klanten bij de hand te nemen en te adviseren op het gebied van preventieve maatregelen. Bij de afronding van de bestrijding levert de rattenschutter een (verplicht) advies om nieuwe rattenplagen te voorkomen of in ieder geval te beperken. Daarmee zijn onze klanten nog beter geholpen.

Met dit ERB-protocol willen we de overheden laten zien dat rattenschutters meer doen dan bestrijden. Zij werken vanuit een ecologisch, duurzaam en “diervriendelijk” perspectief. Daarbij past het niet om meer dieren te doden dan nodig is.

Klik HIER om het ERB-protocol te downladen….

Vragen of opmerkingen? Graag in de reacties hieronder….

ERaNed: Toets Vakbekwaamheid

Onze branchevereniging “Ecologisch Rattenbestrijders Nederland” stelt eisen aan de rattenschutters in hun ledenbestand. Zij willen dat zij gekwalificeerd, professioneel en commercieel actief zijn. Zij willen ook borgen dat zij vakbekwaam blijven. Daarom moeten ERaNed-rattenschutters iedere twee jaar een toets voor vakbekwaamheid afleggen.

Omdat Henk Fennema en Jos Kruis lid van ERaNed zijn moeten ook de meesters van Rattenschutters.nl zich aan deze toets onderwerpen. Voor deze gelegenheid zijn Henk en Jos samen naar de toets-locatie in Zeewolde gereden voor een schriftelijke theorietoets en een schietvaardigheidstoets.

De theoretische toets had een brede scope van IPM-kennis, ecologie van ratten en kundigheid m.b.t. het inregelen van Persluchtbuksen en nachtrichtkijkers. Wij (Henk en ik) waren wat verwonderd over de nadruk op IPM. IPM hoort bij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en dat verwacht je niet bij een branchevereniging die ecologische rattenbeheersing nastreeft.

In onze cursus beperken wij ons tot het behandelen van algemene kennis over IPM. Dit omdat de ecologische rattenschutters soms samenwerken met IPM-gecertificeerde ongediertebestrijders die rattengif mogen inzetten. Ecologische rattenschutters doen niet aan chemische bestrijding en dan is kennis van IPM minder relevant. Wij zouden meer nadruk leggen op Ecologisch Rattenbeheer (ERB), dat begint met het wegnemen van de overlast naar een vooraf te bepalen drempelwaarde. Zodra deze is bereikt wordt gefocust op het aanpassen van de habitat rond de populatie om nieuwe rattenplagen te voorkomen. Want:… Voorkomen is beter dan genezen.

De daaropvolgende toets voor schietvaardigheid is wat meer praktijkgericht dan die van Rattenschutters.nl. De toets wordt afgelegd in een realistische setting op een melkveehouderij, waarbij op verspreid opgestelde doelen in de vorm van een rat wordt geschoten. Naast het correct treffen van de verschillende doelen wordt ook gelet op een veilige werkwijze. Wij vinden dit een prima manier om de schietvaardigheid te toetsen.

Gelukkig zijn Henk en ik geslaagd voor theorie en schietvaardigheid. Het zou wel gek zijn als de instructeurs van Rattenschutters.nl hierop onderuit zouden gaan. Natuurlijk hadden de eigenwijze meesters nog wel een kritiekpuntje. Zij stellen onafhankelijk van elkaar vast dat de toetsenmakers de theorie m.b.t. de ballistiek niet helemaal goed hadden begrepen.

Cursussen en certificaten in 2026

Afgelopen weekeinde zijn de laatste 20 cursisten van 2025 geslaagd voor het Ratslag-certificaat. Daarmee is het aantal Ratslag-gekwalificeerde rattenschutters op 300 gekomen. In de afgelopen vijf jaar is de cursus steeds aangepast aan nieuwe inzichten. Ook in 2026 gaan we onze cursus actualiseren.

Percentage van de toets voor schietvaardigheid
Wij merken dat dit percentage is gestegen van 80% in 2021 tot 95% in 2025. Een van de oorzaken is dat het gereedschap (luchtbuksen en richtkijkers) steeds beter wordt. Met name de richtkijkers worden geavanceerder, nauwkeuriger en beter te bedienen. Ook de instructeurs (Henk Fennema en Jos kruis) worden steeds meer ervaren. Leerlingen met problemen worden eerder opgemerkt en beter begeleid.

Een toets moet wat ons betreft ook een drempel zijn en wij streven naar een slagingspercentage van gemiddeld 90%. Wij hebben daarom besloten om de norm voor het Ratslag-certificaat te verhogen. Wij gaan vanaf 2026 toetsen tot en met 25 meter. D.w.z. dat cursisten 12 schoten moeten lossen op doelen tussen 5 en 25 meter. Tot nu toe was dat tot 20 meter.

Aantal cursisten voor 2026
De markt voor rattenschieten groeit. De dienstverlening krijgt steeds meer bekendheid en de vraag stijgt. Het is belangrijk dat het aanbod van gekwalificeerde en gecertificeerde rattenschutters gelijk opgaat met de marktontwikkeling. Ook om te voorkomen dat aspirant schutters onvoorbereid en ongeoefend op ratten gaan schieten en daarmee onnodig lijden veroorzaken.

Wij gaan in 2026 weer 80 rattenschutters opleiden en kwalificeren. De belangstelling voor onze opleiding is groot. Op dit moment staan er 65 mensen op de wachtlijst voor 2026. Deze worden op dit moment geplaatst en de verwachting is dat alle plekken voor het begin van 2026 al zijn vergeven.

Geldigheid van het Ratslag-certificaat
Overheden die ontheffingen geven vragen terecht om garanties dat de vakbekwaamheid van gecertificeerde rattenschutters ook over langere termijn wordt geborgd. ERaNed heeft deze wens al opgepakt door ERaNed-leden te verplichten om iedere twee jaar een toets voor schietvaardigheid te doen. Zij krijgen als zij slagen een aantekening op hun lidmaatschap pasje.

Rattenschutters gaat mee in deze ontwikkeling door een geldigheidstermijn aan het Ratslagcertificaat te koppelen. Deze is twee jaar. Certificaten die in 2026 worden afgegeven krijgen naast een afgiftedatum ook een geldigheidsdatum. Alle certificaten van voor 2026 krijgen een geldigheid van twee jaar na 1 januari 2026. Deze lopen dus allemaal af op 1 januari 2028. Wij gaan werken aan de mogelijkheid voor herhalingstoetsen. Wij gaan hiervoor in de loop van 2026 aanvullende diensten leveren.

Welke positie heeft de pcp rattenbestrijder binnen het ratten bestrijdingsproces.

Inleiding (door Sjaak Stam)
Als secretaris van de branchevereniging ERaNed heb ik mij de afgelopen periode voornamelijk bezig gehouden met het verdedigen van ons vak bij de diverse provincies. Verdedigen omdat onze opleiding en de wijze van bestrijden met pcp door veel provincies niet serieus wordt genomen.

Veel van onze leden hebben geen jachtopleiding en/of een opleiding als bestrijdingstechnicus. Het gebruik van een pcp voor de knaagdierbestrijding wordt (m.i. volstrekt ten onrechte) gezien als een jachtgeweeractiviteit door de Fauna Beheer Eenheid. Voor de bestrijding met een pcp dien je, zo vinden zij, een vergunning jachtgeweeractiviteit (vroeger heette dat een Jachtakte) op zak te hebben of minstens een jachtopleiding bij een door de minister erkend opleidingsinstituut. De verenigingen van knaagdierbeheersers (vroeger heette dat gewoon nog ongediertebestrijders) vinden dat je voor de bestrijding met pcp een erkenning als knaagdierbeheerser op zak moet hebben en dus gecertificeerd moet zijn. Ik ben van mening dat beide organisaties handelen uit eigenbelang en drogredenen aanvoeren om de rattenbestrijder met pcp zonder een dergelijke opleiding uit te sluiten.

Met dit “gedachtengoed” wil ik aantonen er wel degelijk ruimte is om rattenbestrijders met pcp zonder jachtopleiding en/of een erkenning als bestrijdingstechnicus aan het werk te zetten.

Bestrijding van de bruine en zwarte rat. Ratten staan al eeuwen bekend als dragers en verspreiders van besmettelijke ziekten voor de mens. Zij kunnen de Leptospirose bacterie bij zich dragen die verantwoordelijk is voor de ziekte van Weil en die in ernstige gevallen voor lever- en nierfunctiestoornissen kunnen zorgen. De ziekte kan zelfs dodelijk zijn als zij niet tijdig wordt onderkend. Door het Centrum voor Beroepsziekten is de sterftekans zelfs berekend op 5 tot 10%.

Populatiedraagkracht
De oorzaak van rattenoverlast ligt voornamelijk bij het handelen door de mens. De aanwezigheid van voedsel, water en nestgelegenheid is voornamelijk bepalend voor het leefgebied van de rat. Voedselresten en zwerfafval bevorderen het leefgebied. Het geheel van factoren in de leefomgeving dat ertoe leidt dat ratten gedijen wordt “populatiedraagkracht” genoemd.

Bestrijding vond vroeger voornamelijk plaats met rattengif dat vrij verkrijgbaar was. Sinds 2015 gelden er landelijk strenge voorwaarden voor het gebruik van rattengif in de openbare ruimte. Vanaf 1 januari 2023 is het gebruik door particulieren zelfs helemaal verboden en gelden er strengere voorwaarden voor het gebruik van gif door erkende bestrijdingstechnici. De verwachting is dan ook dat de aantallen ratten landelijk zullen stijgen.

Rattengif is een belasting voor het milieu, omdat de werkzame stoffen niet of nauwelijks afbreken. De overheid heeft als zorg dat het gebruik van gif zoveel mogelijk wordt teruggedrongen. Zij is immers verantwoordelijk voor de leefomgeving. Men heeft een procedure bedacht om het terugdringen van gif te bewerkstelligen. Deze staat bekend als Integrated Pest Management (IPM). Het KAD (Kennis- en Adviescentrum Dierplagen) hanteert daarvoor de volgende definitie.

Definitie IPM

  • De implementatie van de juiste duurzame populatiebeheermaatregelen, gebaseerd op een vooraf bepaalde drempelwaarde en de biologie en leefwijze van het betreffende organismen en hun relatie met de omgeving.

In het geval van de ratten wordt hiermee bedoeld:

  • Het nemen van de juiste, duurzame maatregelen voor de beheersing van de rattenplaag om te voorkomen dat het uitgroeit tot een dusdanige populatie dat zij hinder of overlast veroorzaakt of een risico vormt voor de leefbaarheid, de veiligheid of de (volks) gezondheid van mens en dier. Daarbij geldt als kern: Wat niet geboren is, hoeft ook niet bestreden te worden!

Drempelwaarde
Allereerst moet een drempelwaarde worden vastgesteld. Dit is het zogenaamde “acceptatieniveau”. Het bepalen van de drempelwaarde is afhankelijk van omgevingsfactoren, de aanwezigheid van risicogroepen en het gebruik van de ruimte. Ratten maken deel uit van onze natuurlijke leefomgeving. Een drempelwaarde van 0 is niet realistisch en niet haalbaar. Wij zullen moeten accepteren dat er ratten leven in onze nabijheid. Een acceptatieniveau wordt bepaald door te kijken naar de verschillende factoren die bepalend zijn voor mogelijke gezondheidsrisico’s. Wanneer er sprake is van een gebied met een groter volksgezondheidrisico kan besloten worden eerder in te grijpen en/of op een meer ingrijpende manier. Vaak is het de gemeente of klant die het acceptatieniveau vaststelt.

Habitatmanagement
Bij de bestrijding van een over-populatie is het nodig om de populatiedraagkracht (het geheel van factoren in de ratten leefomgeving) te verminderen. Deze vermindering wordt “habitatmanagement” genoemd en bestaat dus uit het verwijderen en weren van voedsel en schuilmogelijkheden.

Door het verlagen van de populatiedraagkracht komt er van nature een migratieproces op gang d.w.z. dat de ratten op zoek gaan naar nest- en schuilmogelijkheden in de omliggende gebieden. Om dit tegen te gaan is het noodzakelijk om ook mechanische bestrijding toe te passen om de over-populatie snel te verminderen.

Mechanische bestrijding
De inzet van mechanische bestrijding kan nodig zijn om migratie tijdens habitatmanagement te voorkomen of indien het niet mogelijk blijkt om de populatiedraagkracht zodanig te verminderen dat het onder het acceptatieniveau komt. Uitgangspunt is om dierenleed te voorkomen. In het verleden had men hiertoe slechts de beschikking over “diervriendelijke” klemvallen. De laatste ontwikkelingen hierin zijn bestrijding met geavanceerde pcp buksen of kastvallen (verdrinking na bedwelming).

Chemische bestrijding
Wanneer sprake is van een hoog volksgezondheidrisico en de eerder genoemde maatregelen niet hun uitwerking hebben gehad kan men in het uiterste geval overgaan tot kortstondige en tijdelijke chemische bestrijding.

Kern IPM bestrijdingsmethode
Kern van de IPM methode is om met behulp van Habitatmanagement, Mechanische en in uiterste noodzaak Chemische bestrijding de populatiedraagkracht terug te brengen tot onder het acceptatieniveau. Als dit niet lukt zijn er 2 mogelijk heden:

  1. Verhogen acceptatieniveau
  2. Permanente mechanische bestrijding

Wet en Regelgeving

Wet Publieke gezondheid
Deze wet regelt de organisatie van de publieke gezondheidszorg, met name gericht op preventie, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. De preventie en bestrijding van plaagdieren valt onder deze wet.

Waterwet en Waterschapwet
In deze wet is vastgelegd dat de bestrijding van de muskusrat en beverrat de taak is van de waterschappen. Wanneer bruine en zwarte ratten zich in gebieden bevinden die in het beheer zijn van waterschappen behoort ook de bestrijding hiervan tot de taak van waterschappen.

Wet natuurbescherming (sinds 1-1-2024 opgenomen in de Omgevingswet)
Deze wet beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- diersoorten. Vanaf 1-1-2024 bepalen provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor vergunningen en ontheffingen. In deze wet staat ook beschreven welke middelen niet mogen worden gebruikt voor het vangen en doden van dieren. Het gebruik van een pcp is niet onder de verboden middelen genoemd.

Voor de bruine- en zwarte rat en de huismuis geldt dat er voor de bestrijding ervan onder deze wet zo min mogelijk belemmeringen zijn, omdat anders een adequate bestrijding onmogelijk is. Zelfs de voor andere dieren verboden klemmen mogen hier worden toegepast mits er geen gevaar is voor andere soorten dan de bruine- en zwarte rat of huismuis.

Nu de bestrijding van plaagdieren (waaronder de rat en de huismuis) niet onder deze wet valt is het op z’n minst vreemd dat deze wet wel voorwaarden stelt aan het gebruik van een pcp, nu dit niet onder deze wet als een verboden dodingsmiddel is opgenomen.

In de Toelichting op deze wet is opgenomen dat er bij de bestrijding van ratten en huismuizen voorwaarden gelden voor het gebruik van een geweer. M.i. volstrekt ten onrechte wordt in de Toelichting gesteld dat voor de bestrijding van de rat (dat dus niet valt onder deze wet) het gebruik van een pcp ook valt onder de term “geweer” zoals bedoeld onder deze wet. Aanleiding hiervoor is kennelijk de tekst binnen de Toelichting op art 11.80 BAL.

Die tekst is m.i. echter slechts bedoeld voor het gebruik van een pcp in geval van schadebestrijding op de “bejaagbare soorten”. Soorten die dus wel onder de bescherming van deze wet vallen. Schadebestrijding met een geweer valt onder “jachtgeweeractiviteiten” en daarvoor is een vergunning jachtgeweeractiviteit (vroeger noemden wij dat een “Jachtakte”) voorgeschreven onder art. 5.1 van de Omgevingswet. Het bestrijden van ratten echter valt onder “plaagdier bestrijding” binnen de wet Publieke Gezondheid en niet onder een Jachtgeweeractiviteit binnen de Omgevingswet. De regels binnen het Bal (Besluit Algemene Leefomgeving) die betrekking hebben op het gebruik van een “jachtgeweer” worden m.i. ten onrechte toegepast op het gebruik van een pcp voor een mechanische bestrijding van ratten.

Beleid provincies
Het is aan Gedeputeerde Staten van de provincie om een maatwerkvoorschrift (vroeger noemden wij dat een ontheffing) te verlenen voor het toestaan van een afwijking op een voorgeschreven wetsartikel. Zo kan een maatwerkvoorschrift worden gegeven voor het gebruik van een ander wapen (bijv. pcp) dan de onder de wet voorgeschreven ge- en verbodsbepalingen voor wapens. Onder art 5.1 Omgevingswet is het verboden een jachtgeweeractiviteit uit te oefenen zonder vergunning (jachtakte). Deze vergunning wordt alleen verleend als men een door de Minister erkende opleiding heeft gevolgd.

Er zijn gelukkig provincies die de bestrijding van ratten met een pcp niet als een jachtgeweeractiviteit beschouwen. Friesland, Overijssel, Flevoland, Utrecht, Brabant en Limburg. Ook Zeeland zal zich m.i.v. 1-1-2026 hieronder scharen dankzij een door ERaNed gevoerde bezwaarprocedure.

De overige provincies stellen dat het hebben van deze vergunning o.b.v. art 5.1 OW wettelijk is voorgeschreven en voeren dit als argument op om maatwerkvoorschriften voor rattenbestrijders, die niet in het bezit zijn van deze vergunning, bij voorbaat te weigeren. Hierintegen laten zij personen, die de door de minister erkende opleiding wel gevolgd hebben, maar niet de onder art 5.1 OW wettelijk vereiste vergunning jachtgeweeractiviteit (jachtakte) bezitten, wel toe. Feitelijk erkennen zij hiermee dat het bestrijden van ratten geen jachtgeweeractiviteit is zoals bedoeld onder de OW en creëren zij hiermee tevens rechtsongelijkheid jegens personen die geen jachtopleiding hebben genoten. Juridisch kan deze houding m.i. worden aangevochten.

In Noord Holland loopt hierover al een gerechtsprocedure tussen ERaNed en ONH. Als argument wordt door de provincie NH aangevoerd dat rattenbestrijding met pcp een gevaar oplevert voor de openbare veiligheid. Alleen gekwalificeerde schutters mogen hiervoor in aanmerking komen. En gekwalificeerde schutters moeten een door de minister erkende opleiding hebben gevolgd. Een vreemde opvatting nu:- de jachtopleiding geen onderdeel “plaagdier beheersing” kent;- de jachtopleiding niet voorziet in een schietvaardigheidstraining op afstanden tussen 5 en 25 meter;- de jachtopleiding geen specifiek veiligheidsprotocol heeft voor luchtdrukwapens;- de jachtopleiding niet voorziet in training binnen gebouwen en op en rond erven;- de bestrijding van ratten over het algemeen niet plaatsvindt binnen de openbare- maar juist binnen besloten ruimte.

M.a.w. er is geen enkele aspect in de jachtopleiding waarbij een jachtakte/diploma houder zich beter kwalificeert voor dit werk dan een specifiek voor dit doel opgeleide rattenbestrijder.

Waar ligt het bestaansrecht en doel van de ERaNed rattenbestrijder
Noch de plaagdierbeheer branche noch de FBE’s hebben het alleenrecht om te bepalen welke regels van toepassing zijn op de mechanische bestrijding met pcp van ratten. Je hoeft niet een gekwalificeerd plaagdierbestrijder te zijn of een jachtopleiding gevolgd te hebben om je te kwalificeren als professionele rattenbestrijder.

De gedachte dat iedereen op eigen terrein ratten mag doden met een pcp vindt steeds meer grond. Het hebben en gebruiken van een luchtdrukwapen is in Nederland (tot nog toe) immers volstrekt legaal voor mensen 18 jaar en ouder. Dat het gebruik van een pcp voor het doden van ratten zou vallen onder de regels van een geweer binnen het Bal, is louter het gevolg van een ambtelijke opvatting van de wettekst. Nergens in welke wet dan ook staat dat het verboden is om een rat met een pcp te doden. Het enige dat telt is dat bij het doden er geen onnodig leed bij het dier wordt veroorzaakt. Dat vergt schietvaardigheid en naast oog voor veiligheid oog op het voorkomen van onnodig lijden. Schieten of een diervriendelijke klem zijn hiervoor de enige “humane” mogelijkheid. Zelfs een EKO 2000 vangkast voldoet hier niet aan en is wettelijk eigenlijk niet toegestaan (wordt gedoogd).

Wij moeten als professionele rattenbestrijders met pcp worden erkend als schietvaardige personen die bij het doden van ratten in de mechanische fase oog hebben voor veiligheid en het voorkomen van dierenleed. Het moet onnodig zijn om daarvoor een jachtopleiding en/of een IPM gecertificeerde opleiding te volgen. Het zijn de plaagdierbeheersers die IPM gecertificeerd dienen te zijn en de faunabeheerders die een jachtopleiding moeten volgen. Getrainde rattenbestrijders met pcp kunnen of misschien wel moeten worden ingeschakeld om:

  • In de Habitatmanagement fase om migratie te voorkomen,
  • In de mechanische fase om de draagkrachtpopulatie snel naar het acceptatieniveau te brengen of
  • In de fase waar een permanente mechanische bestrijding moet worden toegepast

Dit laatste omdat herhaaldelijke chemische bestrijding uiteindelijk toch faalt en het acceptatieniveau niet verhoogd kan worden (lees Melkveebedrijven)

Het is niet logisch of wenselijk dat deze vorm van mechanische bestrijding (die geen enkele vorm van erkende certificering kent of behoeft) alleen uitgevoerd zou moeten worden door gecertificeerde plaagdierbeheersers en als het aan verschillende provincies ligt ook nog het liefst met een jachtopleiding.

Ieder zijn eigen rol geeft hier het meest optimale resultaat. De getrainde rattenbestrijder met pcp is bereid om ’s avonds en ’s nachts zijn diensten te verlenen op een tijdstip waarop jachtakte/diploma houders en gecertificeerde plaagdierbestrijders op bed liggen. Je zou toch verwachten dat juist in samenwerking met de plaagdierbestrijders een optimaal resultaat kan worden behaald. Ieder zijn eigen rol. Of speelt eigenbelang hier toch ook een rol?!..

Muizen afschieten, de eerste praktijk test.

Afgelopen donderdag stond mijn eerste muizen sessie in de planning. De afgelopen week ben ik veel bezig geweest met het schieten met de Notos in 4,5 mm. Op het laatste moment bedacht ik dat wellicht de traditionele platkopkogeltjes ook zouden kunnen werken. Ik maakte me een beetje zorgen over de loodvrije versie, vervormen doet deze niet en ik wil dat er bij doorschot de restenergie zo minimaal mogelijk is. Dus ik aan de slag met het testen van de H&N 0,53 gram platkopjes. Snelheid was 230 m/s. BC waarde 0.011. Data in de Ballistische calculator gezet en knallen maar. Het resultaat , prima. Ik beperkte me tot afstanden tot 12 m1. Later ga ik nog testen tot hoever deze netjes blijven vliegen. Ik testte het aantal schoten wat ik loepzuiver met een volle luchtvulling kon doen en kwam uit op 17. Niet super veel maar 1 x vullen tussendoor is toch 34 muizen..

Hieronder de data uit Exterior Ballistics.

De 10 m1 is niet de perfecte afstand, de meest vlakke kogelbaan krijg je bij 15 m1 zero afstand.

De energie is nagenoeg gelijk aan de loodvrije kogel omdat de snelheid iets lager is.

Met een goed gevoel ging ik op pad. Aangekomen op mijn bestemming kreeg ik van de Chef te horen dat hij voor het eerst in maanden geen muis had gezien. Alsof ze wisten dat ik zou komen. Had ik weer.

Toch maar een poging gewaagd. Ik had een soort van voerplank neergezet die tevens kon dienen als achtervang. Better safe dan sorry. Ik kon dus een paar testschoten doen op een kaartje. 2 schoten perfect in de roos. Ik kon beginnen.

Na ongeveer 15 minuten melde muis nr 1 zich op 11 meter afstand, hij liet zijn snuit even zien en vertrok weer. Nr 2 kwam te voorschijn vanuit een andere hoek. Hij liep de hele zaak door maar het buffet wat ik had klaargezet was niet interessant. Muizen zijn een soort van ADHD ratjes, ze vliegen van links naar rechts en van voor naar achter, het is dus zaak dat je de knoppen van je kijker blind kan bedienen.

Hij kwam op een afstand van 7 m1 tot stilstand en ik besloot de trekker over te halen, door de impact vloog hij een stukje naar achteren. Natuurlijk was ik reuze benieuwd naar de staat van het diertje, met een 5,5 mm blijft er immers niet veel van over.

Het resultaat was verassend goed en ik kon geen krasje of deukje in de vloer ontdekken.

NR 3 kwam niet. Na nog een uurtje turen door mijn warmtebeeldkijker hield ik het voor gezien. Volgende keer beter zeggen we dan maar.

Al met al ben ik positief. Lopen er 30 dan schiet je er 30. Voorwaarde is wel dat je een ervaren schutter moet zijn en je kijker zonder nadenken kan bedienen. Een rat zie je, meet je en schiet je in veel gevallen. Bij muizen ben je drukker.

Op naar de volgende testcase. In de tussentijd ga ik nog aan de slag met testen van de verschillende kogels op 7% Balistische Gel en ik wil nog uitzoeken tot welke afstand de platkopjes werken.

Het laatste berichtje hierover is dus nog niet geschreven.

Muizen afschieten, de voorbereiding.

Ik heb de Umarex Notos in 4,5 mm besteld bij Dicks in Leeuwarden en dankzij de vlotte service had ik deze afgelopen zaterdag al in huis. Direct de Arken Zulus erop gemonteerd en achter in de tuin wat gerommeld. De Notos wordt tegenwoordig geleverd met een richtkijker en bipod. De bipod er ook maar op geschroefd, was handig als ik hem tussendoor even wilde parkeren. Het magazijntje van de Notos is ronduit waardeloos, ik had niets anders verwacht (bij de Notos 5,5 mm was dit namelijk niet anders) en de Carm magazijntjes zijn al onderweg.

Zondag had ik een heerlijke vrije dag, alle tijd om rustig wat dingetjes uit te proberen. Ik had de JSB 0,547 en de H&N Baracudda Green van 0.43 gram mee laten komen.

De eerste stap was snelheid meten.

De H&N Baracuda Green kwam met gemiddeld 247 m/s de loop uit.

De JSB Exact kwam met gemiddeld 220 m/s de loop uit.

Zoals af te lezen in de tabellen is de energie door het verschil in snelheid nagenoeg gelijk.

Omdat mijn tuin maar 14 meter diep is en ik niet van plan ben om op meer dan 15 afstand te gaan schieten besloot ik de 14 m1 als zero afstand aan te houden.

Voor de barracuda is de 14 m1 niet ideaal.

15 m1 voor de JSB was perfect geweest.

Nu ik de snelheid van beide helder had kon ik alle data invoeren in de Arken Zulus. 2 aparte profielen aangemaakt, een voor de Baracuda en een voor de JSB. Zero afgesteld op 14 m1 en flink wat geschoten. De trekker van de Notos blijft wennen maar dat ging steeds beter.

Het eerste doosje H&N was vlot leeg en ik besloot het 2e doosje nog maar even te bewaren, ik ging verder met de JSB.

Het resultaat na wat oefening. Dit waren 40 schoten met de JSB, ieder schot een andere afstand, van 14 m1 in stapjes naar 5m1 en in stapjes terug naar 14 m1.

Ik zeg prima!

Van de week zal ik nog blijven trainen in de tuin, de bediening van de Arken Zulus gaat nog wat stroef, de Alpex Lite zit nog in m’n systeem. Vandaag met mijn klant de locatie bekeken en verzonnen hoe we dit gaan aanvliegen. Ik ga uit voorzorg nog wat beschermende maatregelen nemen en Donderdagnacht waag ik mijn eerste poging. Ik ben reuze benieuwd of ik de muizen naar de door mij bedachte plekken kan krijgen, we gaan het meemaken.

Wordt vervolgt…

Muizen afschieten

Rattenschutters worden ook geconfronteerd met muizen en deze worden ook wel afgeschoten. Dat komt omdat een muis op afstand niet gemakkelijk is te onderscheiden van een jong ratje.

Het gereedschap van de rattenschutter is bedoeld (en berekend) voor een gemiddelde rat van zo’n 500 gram. Als op een jong ratje of een muis (van minder dan 50 gram) wordt geschoten dan wordt het diertje feitelijk aan flarden geschoten. Het kogeltje vliegt met veel energie verder. Een deuk in de roestvrij stalen achterwanden van keukens of een gebroken tegeltje is dan het vervelende gevolg. Ook elektrische of waterleidingen kunnen beschadigd raken.

Muis op schietschijf

Sommige klanten vragen aan hun rattenschutter om ook de muizen af te schieten. Ik doe dat meestal niet omdat ik dan de ratten afschrik die ik liever afschiet. Muizen hebben wat mij betreft minder prioriteit. Ook omdat muizen minder slim zijn en gemakkelijk met vallen kunnen worden gevangen.

Toch krijgen wij regelmatig de vraag om ook muizen aan te pakken. Bijvoorbeeld in een keuken van een restaurant of onder een voerautomaat voor koeien in een melkveestal. Hier hebben klemmen geen effect omdat er veel voedsel beschikbaar is.

Als je op muizen wilt gaan schieten, moet je een daarvoor geschikt wapen samenstellen. Je moet dan rekening houden met minder inslagenergie. De minst krachtige configuratie die je kunt bedenken bestaat uit:

  • Het kleinst beschikbare kaliber van 4,5mm, met het lichtste loodvrije kogeltje (H&N Baracuda Green van 0,43 gram)
  • De minimaal aanvaardbare mondingsnelheid van 250 m/s om te voorkomen dat het muisje kan wegduiken/opspringen voordat het wordt getroffen.
  • De maximale afstand van 15 meter. Je moet treffen binnen een kleinere killzone van 1 cm. In de praktijk kan een gekwalificeerde rattenschutter dit tot op zo’n 15 meter.

De mondingsenergie komt dan op 13,44 Joule. De inslagenergie tussen de 10 en 15 meter is ruim 11 Joule. Het kogeltje gaat dan dwars door de muis heen en daarmee is het met zekerheid onmiddellijk dood.

Het kogeltje zal verder vliegen met zo’n 5 Joule rest energie. Dit is ongevaarlijk voor grote staldieren, installaties en inventaris.

Henk Fennema heeft een specifieke klant, die muizen niet onder controle kan krijgen en nadrukkelijk bij hem aanklopt voor een oplossing. Henk gaat daarvoor een wapen samenstellen op basis van bovenstaande berekeningen.

Hij laat ons weten hoe het experiment afloopt. Als het werkt gaan we dit de Muisslag-methode noemen.